Ga naar de inhoud

Belijdenisboek hoofdstuk 9

Over de heilige Geest

Het Pinksterfeest was een vrolijk feest, want de nieuwe oogst werd gevierd. Op dat feest is de heilige Geest gekomen. Eerst bij de vrienden van Jezus, maar die eerste dag al kwamen honderden tot geloof. Jezus had over de Geest verteld. Hij zou zorgen dat de leerlingen gingen begrijpen dat Jezus de redder is, die God belooft en waarover de profeten vertelden.
De heilige Geest zorgt dat mensen geloven en samen een kerk vormen, alsof ze de stenen zijn waarmee een huis gebouwd wordt waar God wil wonen.
De heilige Geest laat je leven opbloeien. In Galaten lees je over de negen ‘vruchten’ die Hij in jouw leven geeft. En in de brief aan Korinthe lees je over de gaven van de heilige Geest voor de kerk, zoals profetie en hulpvaardigheid. Waar de Geest is, wordt het leven mooi.

Dag 1:  Handelingen 2:1-21 BGT
Dag 2:  Efeziërs 2:17-22 BGT
Dag 3:  Johannes 16:5-15 BGT
Dag 4:  Galaten 5:13-25 BGT
Dag 5:  1 Korintiërs 12:1-11 BGT

Weekagenda 

De heilige Geest werkt (ook) door de Bijbel. Hoe zit het met je eigen Bijbellezen? Misschien de weekagenda komende week er weer bij pakken? Maak een plan met je groep of organiseer een eigen Bijbelleesrooster. Bid of de Geest jullie wil helpen het in praktijk te brengen.  

Het werk van de Geest 

Lees Joh.15:26,27. Over welke taak van de heilige Geest lees je daar? Hoe zie je dat in praktijk? Er staat bij dat jezelf ook wat moet. Hoe doe je dat? Kan de heilige Geest je daarbij helpen? Hoe? 

Gaven van de Geest 

In de kerk zijn veel gaven van de Geest zichtbaar. Maak een lijstje, dank God dat zijn Geest in jullie gemeente werkt. Hoe wordt jij ingeschakeld? 

Zending 

Vraag na of jullie gemeente verbonden is met een zendingsproject en vraag informatie op. Wellicht is het mogelijk een (bemoedigende) brief of kaart te sturen naar die gemeente of de werkers daar. 

Doorvertellen 

Als iemand je zou vragen wat de heilige Geest is, wat zou je dan zeggen? Bedenk hoe je het in vijf zinnen kunt zeggen en vergeet niet dat de Geest ook God is.   

Zonde tegen de Geest 

Wanneer doe je de zonde tegen de heilige Geest? Lees eerst de verdiepingstekst en vertel het daarna in eigen woorden aan je groep.  

Parallelgroep

Wat heeft de parallelgroep te zeggen over dit onderwerp? En wat is je reactie? (Je leest over de parallelgroep op het tabblad op /GO)

Doelen:

Weten: De heilige Geest is God. Zijn werk is kracht geven, bezielen, tot leven wekken, uitdelen wat Jezus verdiende. De Geest geeft geloof. Hij bouwt de kerk. De Geest vernieuwt je leven.
Kunnen: Je door de Geest laten leiden naar een nieuw leven volgens het voorbeeld van Jezus. De vruchten van de Geest laten groeien door te oefenen in liefde, geduld, zelfbeheersing, enz.
Motivatie: Door de Geest houd ik van God en van mijn naaste. Ik leer het nieuwe leven in liefde. Dat maakt me blij.

Aandachtspunten:

– Gebruik de vruchten van de Geest en maak het concreet met praktische voorbeelden. Laat ieder benoemen waar hij vruchten ziet. Formuleer ook een concreet groeipunt voor komende week en bidt om hulp van de Geest daarbij.
– Benoem het werk van de Geest door de tijd heen, vanaf de schepping, in OT, na Pinksteren en nu. Ontdek wat zijn werk inhoudt. Zo maak je concreet dat allen leven op Gods adem en dat alleen door de Geest vernieuwing komt. Door deze bijbelse lijn te benoemen, staat tegenover bijzondere werken van de Geest niet ‘niets’ maar wordt duidelijk dat de Geest altijd werkt en nodig is.
– Leg een relatie tussen de Geest en je groei in geloof en toegroeien naar belijdenis. De Geest kan je geloof versterken. Vraag daarom in gebed.

Leider:

Zijn er veel contacten met evangelischen, bespreek dit dan royaal. Gebruik de verdiepingsteksten of extra literatuur en benoem de waarde van gereformeerd-zijn. Gebruik ook het gesprek van de parallelgroep (zie tabblad /GO). Voorkom dat de les opgaat in evangelisch vs. gereformeerd. Plan zo nodig een extra avond over dit onderwerp.
De Geest werkt geloof door het woord. Hoe zit het met persoonlijk bijbellezen? Met gebruik van de weekagenda? Bij les 2 zijn goede voornemens gemaakt. Hoe staat het daarmee? Deel tips uit en blijf stimuleren.

De heilige Geest

Marianne is zondag met Rob, haar vriend, meegegaan naar de Evangelische Gemeente. Het was een blijde dienst. Maar één zin uit de preek is blijven hangen: ‘In traditionele kerken zie je weinig van de Geest: mensen tonen hun enthousiasme niet, spreken niet in tongen en er vinden geen genezingen plaats.’ Die uitspraak houdt Marianne bezig.
Zou die voorganger daar gelijk hebben? In de bijbel leest ze wel over bijzondere gebeurtenissen: Petrus geneest een verlamde en er zijn mensen die in klanktaal spreken. Dat soort dingen gebeuren in haar kerk niet.

Vol gedachten komt Marianne thuis.’Hoe was het?’ vraagt haar vader. ‘O, wel gezellig,’ antwoordt Marianne. Na een poosje vraagt haar moeder: ‘Is er wat? Je bent zo stil.’
Marianne vertelt wat haar dwars zit. ‘Hoe zit dat nu met de heilige Geest? Wat merk je er van in onze kerk of in ons leven?’
‘Ik hoor wel vaker’, zegt haar vader, ‘dat er bij ons te weinig van de heilige Geest zou zijn. En bij hen te veel. Alsof mensen kunnen meten hoeveel heilige Geest er is. En of kerken kunnen zeggen wat de Geest moet doen. Hij is God. Hij bepaalt dat zelf.’
‘Bijzondere dingen vinden vaak plaats op bijzondere momenten in de geschiedenis’, vult haar moeder aan. ‘Maar het gekke is dat we veel werk van de Geest ook niet zien.’ Marianne kijkt haar moeder vragend aan. Wat bedoelt ze? ‘Mensen geloven niet vanzelf’, zegt moeder. ‘Fijne kerkdiensten zijn er niet zomaar. En dat mensen spontaan helpen, daar zit de heilige Geest ook achter.’
‘Dat wij hier nu over praten heeft er ook mee te maken’, zegt vader. ‘Toen jij gedoopt bent, hebben we beloofd je te vertellen over Jezus en zijn werk voor jou. Maar dat lukt alleen als de Geest ons helpt en jou geloof geeft.’

‘Dan doet de Geest dus veel meer dan die voorganger zei’, zegt Marianne. ‘Ja’, reageert haar vader, ‘hij was op zijn minst eenzijdig. Al dat bijzondere, dat kan, maar daar draait het niet om. De heilige Geest wil vooral mensen vertellen over Jezus, dat is het belangrijkste.’

‘Ik ga het er met Rob ook eens over hebben’, besluit Marianne. ‘Het blijft ingewikkeld dat we allebei geloven, maar niet in dezelfde kerk zitten.’ ‘Daar kan de heilige Geest jullie een weg in wijzen,’ reageert haar moeder, ‘dat kun je Hem vragen. En je kunt er de bijbel bij gebruiken natuurlijk!’