Belijdenisboek hoofdstuk 7
Jezus redt zondaars
Als je denkt aan de heilige, almachtige God, kun je je soms slecht en zondig voelen. Alsof je in een diepe put wegzakt. Met Psalm 130 roep je om vergeving en die wil God geven! Zijn Zoon heeft de hemel verlaten om mensen te redden. Je zou denken dat iemand misschien zijn leven over heeft voor goede mensen, maar Jezus kwam om zondaars te redden. Om hun het leven te geven, is Hij de kruisdood gestorven.
Johannes schrijft over de grote liefde van God en van Jezus en zegt: Doe voortaan goede dingen en vraag vergeving over wat fout gaat. God hield al van ons, nog voor wij Hem kenden. Bij God kun je terecht, Hij is liefde.
Dag 1: Psalm 130 BGT
Dag 2: 1 Johannes 4:8-10 BGT
Dag 3: Filippenzen 2:1-11 BGT
Dag 4: Romeinen 5:6-11 BGT
Dag 5: 1 Johannes 1:5-2:2 BGT
Parallelgroep
Het verhaal van andere jongeren die met het onderwerp aan de slag gaan al gelezen? Je vindt het onder het tabblad ‘parallelgroep’ op /GO. Wat is jouw reactie?
Doorvertellen
Stel je voor dat je aan iemand moet uitleggen wat Jezus voor jou gedaan heeft. Hoe zou je dat in eigen woorden doen? Speel zo’n gesprek na in een rollenspel. Je gesprekspartner heeft nog nooit van Jezus gehoord.
Creatief
Maak een poster waarop je laat zien wat het werk van Jezus voor jullie betekent. Welke beelden en woorden ga je erop zetten? Hang de poster in de hal van de kerk of presenteer deze in overleg met de voorganger tijdens de kerkdienst.
Jozua en Jezus
In het Oude Testament kom je de naam ‘Jozua’ (=Jezus) tegen. De opvolger van Mozes heet zo. Wat weet je van hem? Zet dat eerst op een rij. Vergelijk het werk van Jozua met het werk van Jezus. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen? Over Jozua lees je in Ex.17, Num.14, en het bijbelboek Jozua.
Heilig
God is zo heilig en volmaakt, Hij verdraagt de zonde niet en haat die. Hoe ervaar jij dat? Word je er bang van? Of blij? Bespreek dat met elkaar.
Creatief
Het kruis is een algemeen symbool voor het geloof en wijst naar de dood van Jezus voor Zijn mensen. Teken een kruis, maak een collage, zaag er één van hout of kies zelf voor een andere vorm. Hang hem op in je kamer als dagelijkse herinnering aan je redder. Zou je trouwens een kettinkje met een kruisje willen dragen?
Doelen:
Weten: Alleen als God mens wordt, is er redding. Jezus is God en wordt mens. Waarom is dat allebei nodig? De betekenis van een Middelaar en de namen van Jezus met hun betekenis.
Kunnen: Jezus zien als jouw redder. Niet blijven hangen in schuld en wegkruipen achter een struik, maar schuilen achter Jezus.
Motivatie: Ik geloof dat het goed zit tussen God en mij omdat Jezus daarvoor zorgde. God kijkt via Jezus naar me. Ik ben kind van God omdat Hij redt.
Aandachtspunten:
– Laat zien dat Jezus de perfecte Middelaar is: Hij is God en sterk genoeg om de straf te dragen; Hij is mens en kan daarom in mijn plaats staan. Bespreek wat er gebeurt als je twijfelt aan de godheid of mensheid van Jezus. Te theoretisch? Vraag of de groep een andere oplossing zou weten en wees blij God je deze redding in de bijbel bekend maakt.
– Zijn de beloften van God in het OT en de komst van Jezus voldoende bekend? Checken door vragen of door middel van een werkvorm. Leg relatie met de tweede komst. Jezus komt zijn werk voltooien.
– Vraag de groep een situatie uit eigen leven te noemen of een te bedenken waarin je blij bent dat Jezus tussen jou en God staat.
Leider:
Bij deze lesinhoud passen elementen en liederen van kerst. Gebruik ze om de lesinhoud verder in te kleuren. Tip: Schrijf met rode stift op een papier wat mensen schuldig maakt. Bedek het met een rood gekleurd sheet en ontdek dat alles wegvalt. Het rode sheet is symbool voor Jezus’ bloed.
Anders?
‘Wat een donkere plaat’, zegt Jessica. Samen met Karin bereidt ze catechisatie voor en zij moeten vanavond beginnen. Het boek ligt open bij de lesplaat. ‘Waar gaat de les over?’ vraagt Karin. Ze leest wat kopjes en ziet Diep in de schuld staan. ‘Het gaat over zonde’, zegt ze. ‘Eigenlijk voel ik me niet zo zondig, en jij?’ Jessica haalt haar schouders op. ‘Volgens mij doe ik het wel aardig, ik heb best goede cijfers en ik heb met niemand ruzie.’
Samen lezen ze de intro van de les. Jessica kijkt op. ‘Dat vind ik lastig’, zegt ze en wijst naar de laatste regel: Kun jij vandaag God wel ontmoeten? ‘Ik vind mezelf wel aardig, maar misschien vindt God mij minder goed.’
Karin kijkt nog eens naar de plaat en zegt: ‘Dat ben ik op die wereldbol. Ik kijk omhoog naar Jezus. ’ ‘Dan moet je je verstoppen achter die flat’, lacht Jessica. ‘Net als Adam en Eva. Die kropen achter een struik omdat ze bang waren.’ ‘Nou ja’, zegt Karin, ‘maar die hadden ook gedaan wat niet mocht’. ‘O, maar dat heb ik ook’, antwoordt Jessica. ‘Als ik goed nadenk doe ik van alles fout.’ ‘Dan zit je misschien toch goed fout’, lacht Karin, of fout goed.’
Karin zegt nadenkend: ‘Misschien is er wel een groot verschil met het paradijs.’ ‘Hoezo?’ vraagt Jessica. ‘Nou, toen was Jezus er nog niet geweest. Dan moet je pas echt bang zijn.’ Jessica knikt, dat is inderdaad een groot verschil. Ze kijkt nog eens naar de plaat en zegt: ‘Jezus komt twee keer. Eerst kwam Hij om te sterven en straks komt Hij weer.’
‘Volgens mij hoef je dan niet meer bang te zijn’, zegt Karin. ‘Misschien staat dat meisje op de plaat wel uit te kijken.’ ‘We hebben nog niets om te beginnen,’ komt Jessica, ‘kunnen we niet een lied over de wederkomst zingen? Weet jij niet iets van jouw band?’
‘Goed idee,’ zegt Karin. Even later bladeren ze door een bundel. ‘Wat vind je van deze? Er is een dag, waar al wat leeft al lang op wacht. Of: Mijn Jezus, mijn Redder, en: Juich Hosanna’. ‘Niet
allemaal,’ zegt Jessica. ‘Laten we er één downloaden, dan kunnen we meezingen.’ ‘Hé leuk!’ zegt Jessica, ‘benieuwd wat de anderen daar van vinden.’
* De liedjes die Jessica en Karin noemen zijn: Opwekking 585, Opwekking 461 en een lied van SELA.