Ga naar de inhoud

Belijdenisboek hoofdstuk 4

De natuur

Bekijk eens een fruitvliegje. Wat zit die vernuftig in elkaar en zo klein. Hij is een van de dieren die op de zesde dag van de schepping gemaakt zijn. De hele natuur is op elkaar afgestemd en elk dier heeft zijn eigen woonplaats. Je zingt erover met Psalm 104 en Psalm 8 trekt de conclusie: ‘Groot is Uw macht op heel de aarde.’ God geeft de mensen een speciale plek op aarde. Zij mogen voor Zijn wereld zorgen. Om dat goed te kunnen, is wel wat nodig. Paulus schrijft aan de mensen in Kolosse: ‘Laat je vernieuwen, zodat je steeds meer gaat lijken op het beeld van God.’
Als God alles nieuw maakt, zul je eens wat zien. Natuur en mensen volmaakt en in harmonie met God. Straks komen paradijs en hemel samen op de nieuwe aarde.

Dag 1:  Genesis 1:1-2:3 BGT
Dag 2:  Psalm 104 BGT
Dag 3:  Psalm 8 BGT
Dag 4:  Kolossenzen 3:5-10 BGT
Dag 5:  Openbaring 22:1-5 BGT

Scheppingsliederen 

Schrijvers voor gerechtigheid hebben het album Scheppingsliederen gemaakt. Je kunt het gratis online luisteren op hun site. Welke liederen vind je mooi? Kies een nummer om met je groep te luisteren. 

Praktijk 

Onderzoek wat je kerk doet voor natuur en milieu. Is er een kerktuin? Wordt er nagedacht over het (niet) gebruiken van plastic? Is er een kledingruilbeurs? Op welke manier wordt duurzaamheid in praktijk gebracht? Vraag ernaar en als er dingen beter zouden kunnen, bedenk dan samen een voorstel en dien het in bij de kerkenraad of de commissie van beheer. Natuurlijk denk je ook na hoe je uitlegt waarom jullie dit belangrijk vinden.   

De start 

In het paradijs gaf God de mensen opdracht goed voor zijn aarde te zorgen. Je leest het in Gen.1:28-30. Wat komt daarvan terecht als je nu om je heen kijkt? Wat heeft de zondeval ermee te maken? Lees ook Psalm 8. Wat ontdek je over de plek van mensen op aarde? 

Creatief 

Pak je camera of mobiel en maak bij elke scheppingsdag een foto. Je kunt het voor jezelf doen of samen als groep. Leuk om elkaar te laten zien of te tonen aan de gemeente. Sluit af met een dia waarin je de Schepper eer geeft. 

Praktijk 

Koop een plantje of zaai nieuwe plantjes uit en verzorg ze. Bedenk dat er een klein stukje schepping in je vensterbank staat. 

Doorvertellen 

Bedenk hoe je anderen wilt duidelijk maken dat de natuur het werk van God is. Hoe vertel je over je Schepper? En straalt je enthousiasme over de Schepper er vanaf? 

Doelen:

Weten: De scheppingsmacht van God enkel door te spreken, de scheppingsdagen, de positie van de mens, schepping vs. Evolutie. God is jouw Schepper! Scheppend is God je Vader.
Kunnen: God herkennen in zijn werk.
Motivatie: Ik bewonder God om wat Hij maakt. Omdat de Machtige mij maakte, kent Hij mij. Ik vertrouw mijn Schepper, Hij is een Vader voor mij.

Aandachtspunten:

– De natuurlijk laat de grootheid van de Schepper zien. Ook is schepping niet alleen iets van vroeger. God maakt nog steeds (nieuw leven, vernieuwing). Toon dat met foto’s of een filmpje.
– Vraag de jongeren hoe zij in hun opleiding te maken kregen met evolutie. Welke vragen leven er?
– Leg uit en laat ervaren dat Schepper zijn en Vader zijn betekenis heeft voor je eigen leven. Bespreek deze twee elementen ieder voor zich, maar ook in relatie tot elkaar.
– Bespreek de lesplaat. Merk op dat bij de evolutiebol de mens in het zwarte gat valt, en bij de andere bol van wieg naar doop naar licht gaat.

Leider:

Door iets van de schepping te tonen in plaats van te benoemen maak je concreet wat je zegt. Bovendien laat je Gods werk zelf spreken. Dat roept bewondering op.

Laat de les niet opgaan in de vraag schepping of evolutie. De vraag waarom God ons vertelt hoe Hij hemel en aarde maakte, kent persoonlijker antwoorden.

Laat jongeren met hun telefoon of camera de komende week een foto maken van wat hen treft in de natuur. Mail ieder de mooiste rond of plaats hem op de facebookpagina. Een leuke manier om volgende keer dit onderwerp nog even te herhalen.

Schepping

Op het whiteboard staat: God is schepper van hemel en aarde, geloof je dat? In groepjes praten ze erover. Jasper, Johan, Karin, Annet en Marianne zitten bij elkaar.
Karin begint: ‘Natuurlijk geloof ik dat. God heeft alles gemaakt en dat is geweldig. Ik geniet van alles om me heen. God heeft alles zo mooi gemaakt.’

‘Dat klinkt mooi,’, komt Johan, ‘maar of het nu echt in zes dagen gemaakt is, weet ik niet. God kan toch ook de oerknal gebruikt hebben? Misschien duurde elke dag een miljoen jaar of zo.’ ‘Het klinkt niet logisch’, zegt Marianne, ‘maar ik geloof wel dat God het kan: in zes gewone dagen, de hemel en de aarde met alles maken.’

‘De wetenschap heeft anders aangetoond dat sommige aardlagen al heel oud zijn,’reageert Johan. ‘Alles is langzaam uit elkaar ontstaan. Daar kun je toch niet omheen?’
‘Die wetenschap gaat anders wel uit van aannames waar je in moet geloven’, komt Jasper. ‘De ‘wetenschap’ is ook een geloof’, en hij maakt bij wetenschap een gebaar van komma’s in de lucht.
‘Ik snap niet waarom jullie zo moeilijk doen’, zegt Annet, ‘Maakt het voor je geloof wat uit? Misschien heeft Hij aan ons alleen in een verhaal verteld hoe het gegaan zou kunnen zijn.’

‘Maar waarom zou God het dan zo in de bijbel zetten?’ vraagt Marianne. ‘Die zes dagen laten juist zien hoe groot Hij is. Als ik hieraan twijfel, waar houdt het dan op? Is de zondvloed ook een voorbeeldverhaal? En heeft Sara echt een kind gekregen toen ze zo oud was?’ Marianne haalt haar schouders op: ‘Je gelooft in de bijbel of niet, zo denk ik erover.’

‘Rustig maar, Marianne’, sust Jasper, ‘natuurlijk is God groot, ik kan niet eens begrijpen hoe Hij alles schiep. Dat Hij daar een begrijpelijk verhaal van maakt, doet toch van zijn grootheid niets af? Wel eens van intelligent design gehoord? Die geloven een beetje in de evolutie maar zeggen ook dat er een God achter het ontwerp van de schepping zit.’

Het groepje is nog niet uitgepraat maar de dominee wil verder. Hij wijst op het whiteboard en zegt: ‘Volgens mij hebben we wel wat te bespreken. Laten we eerst lezen wat er in de bijbel staat en wat je lesboek zegt. En dan jullie weer!’