Ga naar de inhoud

Belijdenisboek hoofdstuk 3

Over God

Waar zou je God mee vergelijken? Zijn Zijn gedachten zo diep als de zee? Of is zijn trouw zo hoog als de hoogste bergtop? Of…? Van de natuur kun je al onder de indruk raken, maar die is door God zelf bedacht. God is meer! Jesaja vertelt dat en met de Psalmen kun je erover zingen.
Dat God meer is dan je kunt bedenken, zie je aan de Drie-eenheid. Zo wonderlijk! Niet te begrijpen, maar wel mooi. Want bij de doop noemt God Zijn namen tegelijk met die van jou. Vader, Zoon en Geest gaan elke dag met je mee. Dat wordt je in de dienst op zondag gegarandeerd als je de zegen van God krijgt. Daar heb je wat aan. Bedenk nog maar even dat God echt met niets te vergelijken is. Hij kan altijd helpen en Hij wil het ook.

Dag 1:  Jesaja 40:12-26 BGT
Dag 2:  Psalm 148 BGT
Dag 3:  Matteüs 3:13-17 BGT
Dag 4: Matteus 28:16-20; 2 Korintiers 13:13 BGT BGT
Dag 5:  Efeziërs 3:14-20 BGT

Belijdenis 

In artikel 1 van de Nederlandse geloofsbelijdenis vind je eigenschappen van God beschreven. Vergelijk die met de les. Welke eigenschap roept je bewondering op?  

Mezoeza 

Zoek op wat een mezoeza is. Op het papier erin staan Deut.6:4-9 en Deut.11:13-21. Wat staat daar? Wat zeggen de teksten over God en wat betekenen ze voor jou? Zou je zelf één aan je deurpost hangen?

Uit de Bijbel 

Neem een paar minuten om ieder twee of drie teksten in de Bijbel op te zoeken die vertellen over God. Kijk bijvoorbeeld bij Psalmen. Lees elkaar de teksten voor. Wat leer je over God? Wat zou je tegen Hem willen zeggen? Bedenk dat en bid dat.  

Lesplaat 

Bekijk de lesplaat. Wat wil de tekenaar laten zien? Denk aan alle elementen van de plaat, zoals vuur, een stroom water, de handen enz. Past het goed bij de les? 

Leren loven

Loof God! Lees Psalm 150. Kies daarna ieder een (deel van) een psalm waarin God lof krijgt. Lees het om beurten voor en doe dat zo mooi mogelijk. Hoe kun jij God loven?
Variant: Kies lofliederen om te zingen.
 

Onderzoek: Koran en bijbel

Lees Soera 4.171 uit de Koran (kun je via zoeken vinden op internet). Vergelijk die tekst met de bijbel. Wat valt je op?  

Weekagenda 

In de weekagenda lees je op dag 3 over de doop van Jezus. Zoek meer voorbeelden in de bijbel die laten zien dat Vader Zoon en Geest samenwerken. 

Creatief 

Maak samen een tekening over de Drie-eenheid. Kies een vorm waar je drie en één in terugziet. Schrijf er trefwoorden bij die passen bij de Persoon of bij de ene God. Kies bijvoorbeeld een vlecht of een kandelaar met drie kaarsen. Welke kleuren kies je? 

Parallelgroep

Hoe praten de jongeren uit je ‘parallelgroep’ over drie-eenheid? Lees het verhaal onder het tabblad op /GO

Doelen:

Weten: Eigenschappen van God, Drie-eenheid, wat de drie Personen onderscheidt, hun taak, Vader, Zoon en Geest in relatie tot jezelf.
Kunnen: God loven om wie Hij is. Gericht Vader, Zoon en Geest om hulp vragen rond je leven, je redding en je vernieuwing. Stoppen met willen begrijpen en starten met vertrouwen.
Motivatie: Gods grootheid bewonder ik, ik ben onder de indruk van zijn Persoon. Ik weet me afhankelijk en geliefd.

Aandachtspunten:

– Pas als je zelf klein durft zijn voor God kun je zijn grootheid ervaren en groeit je liefde. Maak dat tot thema van de les. Klein zijn betekent ook dat je niet meer alles hoeft te begrijpen.
– De heiligheid van God kan startpunt van de les zijn. Kies daarvoor een korte bijbeltekst en/of passend lied en las een kort moment van stil eigen gebed in, voorafgaand aan het groepsgebed waarin je Gods grootheid prijst.

Leider:

Blijf niet hangen in intellectuele vragen rond de Drie-eenheid, dat kan ook een manier zijn om afstand te houden. Laat jongeren ervaren dat God groot is en er op veel manieren voor hen wil zijn. Wat is hun reactie daarop?

Maak lofprijzing onderdeel van de les. Het loven van God om Wie Hij is, leer je ook aan, door het voor te doen en samen te beleven.

Dichtbij

Johan rijdt in de auto. De ruitenwissers zwaaien heen en weer. Tof dat hij niet hoeft te fietsen en zijn moeders auto mocht gebruiken. Hij heeft gauw Jessica en Rik gebeld of ze meerijden. Jessica zit al naast hem.

‘Hé’, zegt Johan, ‘hebben ze hier stoplichten gemaakt?’ Het licht staat op groen, maar dan springt het op oranje. ‘Oranje: stoppen voorbereiden, in de spiegel kijken,’ mompelt hij. ‘Wat zeg jij?’ reageert Jessica. Johan voelt zich betrapt. ‘Niks bijzonders’, mompelt hij. ‘Ik hoorde iets van stoppen en spiegel’, zegt Jessica en kijkt Johan lachend aan.

‘Dat komt omdat ik nog niet zo lang mijn rijbewijs heb. De man die mij les gaf, had de gewoonte om zinnetjes erin te pompen. Nu zitten die zo in mijn hoofd dat ze er als vanzelf uitkomen.’ ‘Groen!’, grijnst Jessica, ‘dat is vast: ‘rijden maar’.’

Even later rolt Rik de auto binnen. Het regent inmiddels keihard. Johan heeft al zijn aandacht bij de weg en hoort maar half wat de anderen zeggen: ‘… lastig…’, ‘weet jij een voorbeeld…’. Dan
begrijpt Johan waar ze het over hebben. Ze moesten voorbeelden bedenken bij de Drie-eenheid. Hij is die hele opdracht vergeten.

Inmiddels hoort hij Rik iets zeggen over een vlag en drie kleuren en Jessica over ijs en water en waterdamp, het lijkt wel scheikunde. Waarom is het zo ingewikkeld? Je gelooft toch gewoon in God?
Dat drie en één, wat heb je daar aan? Hij wil het ze vragen, maar ze zijn al bij de kerk. Hij parkeert pal voor de deur.

Als ze begonnen zijn vraagt de dominee naar voorbeelden. Rik en Jessica komen met hun scheikunde en de vlag. Of Johan ook nog iets heeft, vraagt de dominee. Ineens schiet hem iets te binnen. ‘Een verkeerslicht’, zegt hij. ‘Een stoplicht geeft aanwijzingen voor het rijden, maar de drie lichten hebben een eigen betekenis. Aan één licht heb je niet genoeg.’

Even later vraagt de dominee: ‘Jullie hebben verschillende voorbeelden bedacht, maar het blijft lastig. Wat heb je er nu aan dat je dit gelooft?’ Johan veert op: ‘Dat dacht ik ook’, zegt hij.
‘Wordt het niet veel te moeilijk gemaakt? Je moet toch gewoon geloven?’ ‘Nou’, reageert de dominee en hij richt zich tot de hele groep. ‘Wat vinden jullie ervan?’