Belijdenisboek hoofdstuk 2
De Bijbel over de Bijbel
Waar maak je liedjes over? Over een boek? Vast niet zo gauw, maar met de Bijbel kun je zingen over Gods woorden. Zijn regels geven je houvast. Ze zijn eerlijk en laten de schittering van God zien. Gods woorden zijn een beetje als een lamp. Handig als het donker is, dan weet je welke kant je op moet.
Ook handig als je te maken hebt met foute gedachten of ideeën. Gods woord ontmaskert ze. Gods woord is een soort van zaad dat rondgestrooid wordt. Als je er naar luistert en naar leeft, ben je als een vruchtbare akker die veel oogst geeft. Van zichzelf zijn mensen dorre grasjes, ze verdorren zo maar. Maar Gods woord laat je herboren worden en geeft leven voor altijd.
Dag 1: Psalm 19:8-15 BGT
Dag 2: Psalm 119:105-112 BGT
Dag 3: 2 Timoteüs 3:14-17 BGT
Dag 4: Marcus 4:1-20 BGT
Dag 5: 1 Petrus 1:22-25 BGT
Paralelgroep
Een gesprek kun je ook op gang brengen door te lezen hoe anderen erover praten. Onder het tabblad ‘parallelgroep’ op /GO van dit boek vind je bij elke les een verhaal. Wat zeggen die jongeren over de Bijbel?
In de gemeente
Houd een enquête over bijbellezen. Bedenk 5 vragen over bijbelgebruik (hoe vaak lees je, wat lees je enz.). Elke jongere stelt de vragen aan 3 mensen en de volgende keer presenteer je de uitkomsten. Wat ontdek je? Deel de uitslag in het kerkblad of op de site.
Creatief
Maak een omslag of bladwijzer voor je bijbel. Geef met plaatjes of tekst aan welke betekenis de bijbel voor je heeft.
Zingen of luisteren
Zoek het lied Zo is het beloofd van Sela op. Luister ernaar en/of lees de liedtekst. Wat hoor je in het lied over belofte en vervulling? Past dat bij Bijbellezen?
In de gemeente
Ga op bezoek bij de bijbelklas of kinderclub van je gemeente. Luister hoe daar het bijbelverhaal verteld wordt en vraag of jij (eventueel samen met een ander) volgende keer de bijbelvertelling mag doen.
Interview
Nodig iemand uit in je groep of ga langs bij een (ouder) gemeentelid en vraag hem of haar naar zijn ervaringen met Bijbellezen. Welke rol heeft de Bijbel in zijn leven? Hoe vaak leest hij en wat? Heeft hij tips voor jou of voor jullie groep? Bedenk vooraf vragen en vertel de volgende keer over je ervaringen. Deze opdracht kun je ook in tweetallen doen.
Doelen:
Weten: De samenstelling en betekenis van de bijbel, wat inspiratie is en wat dat betekent voor het gezag van de bijbel, geschenk van God, blijde boodschap.
Kunnen: Betekenis van de bijbel voor jezelf elke dag. De weg in de bijbel weten. Bijbellezen integreren in je leven.
Motivatie: Blij worden van Gods Woord voor mij! Hij spreekt me aan. Wil ik God gehoorzamen?
Aandachtspunten:
– Inventariseren hoe het bijbelgebruik is. Zo nodig van persoonlijk bijbellezen een langerdurend item maken. Gebruik de weekagenda!
– De waarde van de bijbel voor alledag expliciet maken met laten noemen van voorbeelden uit de eigen levens, niet alleen rond ziekte e.d., maar ook rond keuzes, gewone dagen enz. Ontdek: God heeft altijd wat te zeggen!
Leider:
Kennis over het boek is mooi, maar het boek gebruiken in je leven belangrijker. Een gewoonte vorm je niet door eenmalig benoemen. Kies voor het schema: bewustmaken van eigen bijbelgebruik – bespreken van ideale situatie – verschillen tussen beide in kaart brengen – een groeiplan maken met concrete invulling. Eindig met een tijdpad en kom erop terug. Sluit af met gebed om kracht.
De lesinhoud biedt aanleiding te spreken over bijbelgenres (gebruik de bijlage over bijbellezen) en over manieren van bijbellezen: met oog voor context, plaats in de geschiedenis, enz.
Het lezen van een andere vertaling en het vergelijken van vertalingen of van tekst en berijming kunnen verrassend zijn. Verschillende sites helpen daarbij. Niet alleen benoemen maar ook voordoen en laten ervaren!
Anders?
Karin fietst met Henk van school. ‘Wat doe jij vanavond?’ vraagt hij. ‘Eh, naar catechisatie’, zegt Karin. Henk kijkt vragend. ‘Dat is van de kerk’, zegt Karin. ‘Daar praten we over God en de bijbel.’ ‘Lees jij de bijbel?’ vraagt Henk. ‘Daar staat zeker in wat je niet mag?’ Hij weet dat Karin naar de kerk gaat.
‘Ja-a’, zegt Karin. ‘Alles wat niet mag en bijna niets wat mag, echt saai’, en ze kijkt hem een beetje schuin aan. ‘Doe eens normaal’, reageert Henk, ‘ik meen het serieus hoor. Je kunt toch wel iets vertellen.’ Dan wordt Karin ook serieus. ‘De bijbel is het boek van God’, zegt ze. ‘Het is een soort van liefdesbrief. Natuurlijk staat er ook in wat je wel en niet mag. Maar dat is logisch. God heeft zelf de wereld gemaakt dus Hij weet hoe je moet leven.’
Henk denkt even na: ‘De bijbel is toch door mensen geschreven? Hoe kun je dan zeggen dat de bijbel van God is? Ik vind dat onzin.’ Karin krijgt het er warm van. Ze weet zelf ook niet precies hoe dat zit met mensen die het opschrijven en dat het toch het woord van God is. ‘Ik kan het niet uitleggen’, zegt ze dan. ‘Maar ik geloof het wel. De mensen die de bijbel geschreven hebben, kregen hun woorden van God.’ Ze is verbaasd over haar eigen antwoord.
Waar kwam dat opeens vandaan?
Maar Henk reageert: ‘Dat vind ik wel gemakkelijk. Je weet het niet zeker en daarom geloof je in een boek dat je niet bewijzen kunt. Misschien bestaat God niet eens.’
Karin kijkt Henk aan. Het is wel echt Henk. Hij wil altijd alles zeker weten en bewijzen. Dan zegt ze: ‘Toch is de bijbel voor mij het boek van God. Daardoor praat Hij tegen mij. Hij zegt dat Hij voor me zorgt. Dat geloof ik en geloven is bij mij zeker weten. Als je iets kunt zien hoef je het namelijk niet meer te geloven.’
Ze zijn inmiddels bij Karins huis gekomen. Henk steekt een hand op en fietst door. Karin gaat garage in. Heeft ze Henk wel geholpen? Vanavond op catechisatie gaat het over de bijbel. Ze zal
eens vragen wat de anderen tegen Henk gezegd zouden zeggen.