Belijdenisboek hoofdstuk 19
De dag van de Heer
Paulus schrijft aan de mensen in Tessalonica over de dag dat Jezus terugkomt. De engel zal roepen, je hoort de trompet en dan komt Jezus. Wat een feest. Maar veel mensen houden helemaal geen rekening met die dag, schrijft Petrus en hij waarschuwt: Nu is er tijd om te bekeren. Denk aan het verhaal van de 10 meisjes en zorg dat je klaar staat om je Heer te ontmoeten als Hij komt.
Die dag brengt een scheiding tussen mensen. Voor wie bij Jezus hoort is het feest, maar wie van Hem niets wilde weten, wacht het oordeel. Belangrijk om elke dag met Jezus te gaan.
En wat je dan straks meemaakt? Johannes heeft daarover visioenen mogen zien en het zal onvoorstelbaar mooi en heerlijk zijn.
Dag 1: 1 Tessalonicenzen 4:13-18 BGT
Dag 2: 2 Petrus 3:8-15 BGT
Dag 3: Matteüs 25:1-13 BGT
Dag 4: 2 Tessalonicenzen 1:3-10 BGT
Dag 5: Openbaring 21:1-8 BGT
Wederkomst
Hoe belangrijk is de wederkomst voor jou? En voor de wereld? Hoe zou je geloof eruitzien als Jezus niet terugkomt?
Wat je weet
Schrijf op een vel papier alles wat je nu al weet over de wederkomst en over het leven met God op de nieuwe aarde. Wat zou je daarover tegen God willen zeggen. Bid dat.
Zing voor de wederkomst
Er is een dag waar heel de wereld op wacht is een bekend lied over de wederkomst, maar er zijn er meer. Zoek ze op en luister. Welke vinden jullie mooi? Vraag of het in de dienst gezongen kan worden en bid met de gemeente om de wederkomst.
Bijbelverkennen: Openbaring en wederkomst
Maak groepjes van twee en verdeel de hoofdstukken van het bijbelboek Openbaring onderling. Geef per hoofdstuk in een of twee regels weer waar het over gaat. Lees dat elkaar voor in de goede volgorde. Wat leer je van Openbaring?
Verlangen
Er zijn oudere mensen die heel erg verlangen naar de wederkomst, maar er tegenop zien om te moeten sterven? Is dat niet een tegenstelling? Wat zou daar achter zitten? Hoe denk je er zelf over?
Parallelgroep
Kijk nog even naar wat de jongeren van de parallelgroep zeggen op /GO. Mee eens?
Doelen:
Weten: Jezus verlangt naar zijn dag. Weten wat de bijbel vertelt over Jezus’ komst. Het oordeel kennen voor gelovigen en ongelovigen. Waakzaamheid.
Kunnen: In vertrouwen op Jezus het oordeel tegemoet zien. Waakzaamheid vertalen in praktische levenshouding.
Motivatie: Ik verlang naar de komst van Jezus. Ik wil Hem graag ontmoeten en verlang naar de totale vernieuwing. Omdat Hij mijn redder is, ben ik niet bang voor het oordeel.
Aandachtspunten:
– De duidelijkheid van het oordeel niet verdoezelen. Wel benadrukken dat de rechter ook redder is. Hij is uit op je redding en had daar alles voor over.
– Het is maar gelukkig dat God onrecht en slechtheid verwijdert. Dat is iets om blij mee te zijn!
– De dag van Jezus is onverwacht. Bespreek hoe je je voorbereidt.
– Sluit af met een lezing uit Openbaring en een gebed om de wederkomst.
Leider:
Vraag wat de groep weet over de wederkomst. Is er angst voor die dag? Deel je verwachtingen en betrek daar bijbelse info bij.
Maak het waakzaam zijn heel concreet. Het heeft ook te maken met trouw bijbellezen en bidden, de kerkdienst bezoeken, een christelijke levensstijl. Op welk van deze punten zijn de jongeren verwachtend ingesteld? En waar zijn ze wat ingedommeld? Laat het henzelf beoordelen. Bespreek vervolgens dat deze zelfreflectie een vorm van zelfbeproeving is. Verwijs ook naar het avondmaal dat een voorproef is voor onderweg, zie les 15.
Noem eventueel het op elkaar toezien en opscherpen en verwijs naar les 16.
Leg je de nadruk op wat Jezus deed om zijn terugkeer vol redding mogelijk te maken, verwijs dan naar les 7 en 8.
De wederkomst is de dag dat Gods kerk voltooid is en als bruid Jezus opwacht, verwijs naar les 11 en 12. De kerkelijke verdeeldheid is dan over! Allen dienen God in eenheid en vol liefde.
Wederkomst
‘Mam, verlang jij naar de wederkomst?’ vraagt Marianne plompverloren als ze de keuken inloopt. Haar moeder stopt even met roeren. ‘Hoe kom je daar zo ineens bij? Hadden jullie het daar gisteren over op catechisatie?’
‘Ja, wel mooi hoor, maar die wederkomst blijft toch ‘ver weg’. Heb jij dat ook?’
‘Ja, ik denk nu vooral aan het avondeten.’ Marianne staart voor zich uit en zegt: ‘Ik zou wel willen dat het gebeurt, maar eigenlijk wil ik eerst trouwen en kinderen krijgen en zo. Nog niet nu. Misschien een beetje egoïstisch?’ Dat laatste komt er vragend uit.
Haar moeder pakt wat kruiden en zegt dan: ‘Dat hebben veel mensen, maar als je denkt aan oorlog en vluchtelingen, of aan meneer Dijkstra die zo ziek is, dan liever vandaag dan morgen. Wel wat egoïstisch ja, want dan wil je het vooral beter krijgen.’
Marianne knikt. ‘De dominee zei dat we anders leven, als we meer aan de wederkomst denken. Het mooiste komt nog.’ ‘Nog mooier dus dan trouwen en kinderen krijgen,’ glimlacht moeder. Marianne negeert de opmerking. ‘De dominee vertelde dat Luther zei: ‘Als ik wist dat Jezus morgen komt, zou ik vandaag nog een boom planten.’ Dus zeg maar wel doorleven, maar die dag niet vergeten.’
‘Geef even de melk,’ zegt moeder en vervolgt: ‘Aan de wederkomst denken? Het leven is zo druk. Alleen vandaag al: eten, bij opa en oma langs, spreekuur bij Jos op school…’
‘Ik hoor het al’, schiet Marianne in de lach, ‘voorlopig heb je geen tijd voor de wederkomst.’ Met een pak melk in haar hand blijft moeder plotseling middenin de keuken staan. ‘Nee,’ zegt ze serieus, ‘dat kan niet, God verlangt zelf naar die dag en heeft alles al geregeld. Ik moet me wat minder druk maken en er meer aan denken.’ Marianne lacht: ‘Dat zei de dominee dus ook!’