Ga naar de inhoud

Belijdenisboek hoofdstuk 17

Zonde maakt het leven stuk, liefde maakt het leven mooi

Spreuken staat vol wijze uitspraken, zoals ‘Wees niet eigenwijs’ en ‘Wees altijd goed en trouw’. Dat goede leven leer je van God, maar Paulus schrijft aan de Romeinen: Denk niet dat je het zelf moet verdienen. God geeft genade gratis, Jezus is je redder, Gods geschenk voor jou.
Aan de mensen in Efeze schrijft hij: ‘Jullie hebben Jezus leren kennen, je weet wat Hij voor je over had en je weet ook welke goede regels je van Hem leert voor een mooi leven. Vergeet dan ook dat oude leven.’ Tenslotte is het zo dat de wet van God alleen maar vraagt dat je in liefde leeft voor God en met elkaar. Wie zo leeft ontdekt dat het nieuwe leven mooi en goed is.

Dag 1:  Spreuken 3:1-8  BGT
Dag 2:  Romeinen 3:21-26  BGT
Dag 3:  Romeinen 3:19-20  BGT
Dag 4:  Efeziërs 4:17-24  BGT
Dag 5:  Romeinen 13:8-10  BGT

Wet en leven 

Maak een tekening, cartoon of schilderij rond de trefwoorden liefde, wet, spiegel, dankbaarheid, oud mens, nieuw mens. 

De wet voor iedereen 

Stel een flyer op voor gasten in de kerk, waarin je kort en duidelijk uitlegt waarom de wet voorgelezen wordt. Verwerk daarin de samenvatting van de wet. 

De lesplaat 

Bekijk de lesplaat. Wat doen de cijfers in de plaat? Op welke manier past het woord ‘vormen’ of ‘hervormen’ bij deze plaat? Aan welke geschiedenis doet de plaat je denken? 

Lange lofzang 

Psalm 119 is een lang lied over de wet. Lees twee stukjes eruit. Wat wordt er over de regels van God gezegd? Zijn het ook jouw woorden?  

Luisteren en zingen 

Zoek het lied Welzalig de man, opw 244 op. Lees hierbij Psalm 1. Geef daarna de felicitatie weer in eigen woorden. 

Parallelgroep

Al gelezen hoe anderen over het onderwerp praten? Kijk op het tabblad van de parallelgroep op /GO.

Doelen:

Weten: De wet is een spiegel. Jezus vervult de wet. Nu is de wet ook regel van het nieuwe leven. De wet doen gaat niet vanzelf maar vraagt dagelijks bekering. Oude mens vs. nieuwe mens.
Kunnen: De wet vertalen naar de praktijk en toepassen in je leven. Jezelf spiegelen in de wet. Luisteren naar de Geest om tot nieuw mens te worden.
Motivatie: Omdat ik van God houd, wil ik graag mijn leven aan Hem wijden. Ik volg de Geest en laat mij boetseren volgens Gods wet tot een nieuw mens (zie ook lesplaat).

Aandachtspunten:

– Zijn de 10 wetswoorden voldoende bekend? Kan de groep ze in eigen woorden correct benoemen?
– Gods Geest boetseert mensen nieuw met de 10 wetswoorden. Bespreek dat met de lesplaat.
– Spiegelen (gebreken ontdekken) en Vernieuwen zijn niet de negatieve en positieve kant maar horen bij elkaar. Juist als je gespiegeld hebt, weet je waar vernieuwing nodig is.
– Gods Geest is al werkzaam: benoem ook wat je ziet van het vernieuwend werk in je leven.
– Benadruk dat de wet van God niet gegeven is om te knellen, maar om het mooiste leven te leren wat er is. God weet waar jij gelukkig van wordt. Dat vraagt geloof en gehoorzaamheid en vertrouwen.
– Benoem in de bespreking de dankbaarheid. Dank voor Gods liefde is drijfveer om de wet te houden.

Leider:

Gebruik bij deze les expliciet de 10 geboden, lees ze of gebruik de presentatie de site.

Is het voor de groep lastig om christen zijn in praktijk te brengen? Las een extra avond in en bespreek naar keuze een of enkele geboden. Je kunt ook onderwerpen verdelen en ieder een deel van de avond laten voorbereiden. Voorbereiden op je belijdenis is ook in praktijk christen zijn: zoek naar vormen om dat voor te doen, te laten ervaren en te oefenen.

Nog even niet

Maandagmiddag half zes. Jasper staat bij de auto van zijn moeder. Ze hoorde een raar geluid bij het rijden en Jasper kijkt of hij iets ontdekken kan. Fred, een vriend uit de straat komt eraan. ‘Leuk weekendje gehad met Wilma, bed en terrasje en bed en film,’ grijnst hij. ‘En jij?’ Jasper aarzelt even en zegt dan: ‘Leuk weekend gehad met Annet en familie en kerk en film.’

‘Ik mis het bed,’ reageert Fred, ‘of mag dat niet van die kerk van jullie?’ ‘Nou ja, het is meer dat we het ook niet willen,’ antwoordt Jasper. Fred trekt zijn wenkbrauwen op, wil wat zeggen, maar ziet dan Jenita lopen. ‘Wat ik vragen wou….,’ en hij loopt naar haar toe.

Even later hoort Jasper Jenita zeggen: ‘Ik ga hoor, tot morgen.’ Fred komt weer bij de auto staan. ‘Wat zit je toch naar me te kijken,’ vraagt Jasper, ‘is er iets aan me te zien?’ ‘Ik kijk of je wel normaal bent,’ zegt Fred. ‘Jongeman, 21 jaar, leuke vriendin, zegt dat hij geen seks wil, dat lijkt me op z’n minst…’ ‘Hou op,’ valt Jasper hem in de rede. ‘Wil wel, maar mag nog niet.’ ‘En zonet zei je nog dat je het niet wilt,’ komt Fred.

Jasper zucht. ‘Het zit zo, ik zou best willen, want ik ben net zo normaal als jij. Maar ik houd niet alleen van Annet, ik houd ook van God. En Hij wil niet dat we aanrotzooien, maar dat we zuinig op elkaar zijn. Seks is voor als je getrouwd bent.’ Fred kijkt verbaasd en vraagt: ‘En daar houd jij je aan?’

‘Dat proberen we wel,’ zegt Jasper. ‘Weet je, God snapt wel dat seks erbij hoort, Hij heeft het zelf zo gemaakt. Maar Hij weet ook dat mensen aan elkaar moeten wennen voor ze zeker weten dat ze hun hele leven samen willen gaan. Als je dat weet, zet je je handtekening en beloof je elkaar trouw. En dan ga je alles samen doen.’ ‘Verrassing! Seks als cadeautje bij het trouwen!’ grijnst Fred. Jasper lacht: ‘Ik vind dat je het wel mooi zegt. Het beste komt nog.’