Belijdenisboek hoofdstuk 16
Leven met God
God weet alles van je. Dat mag je blij maken, dat de Almachtige je zo goed kent en begrijpt. Maar het kan je beangstigen als je denkt aan dingen in je leven die niet op orde zijn. Denk dan aan het verhaal dat Jezus vertelde over de herder die het verloren schaap opzoekt en terugbrengt. Zo is Jezus.
God geeft vergeving en weet je wat Paulus schrijft aan de mensen in Korinthe? Dankzij Jezus ziet God ons als goede mensen! Juist omdat er veel op het spel staat, wil je elkaar waarschuwen als iemand verkeerde keuzes maakt. Niet omdat jij het beter weet, maar omdat je het allemaal moet hebben van vergeving. Je kunt altijd bij God terugkomen als je spijt hebt. Voor wie dichtbij Jezus leeft, is er een geweldige toekomst. In het nieuwe Jeruzalem zal God zelf bij de mensen komen wonen.
Dag 1: Psalm 139:1-8; 139:23-24 BGT
Dag 2: Lucas 15:1-10 BGT
Dag 3: 2 Korintiërs 5:19-21 BGT
Dag 4: Matteüs 18:15-20 BGT
Dag 5: Openbaring 21:22-27 BGT
Voorbeelden: Twee sleutels
Hieronder lees je een aantal beelden die passen bij de twee sleutels. Of niet? Wat zeggen ze? Bespreek de beelden met elkaar en bedenk zelf meer voorbeelden.
Een kring – twee handen ineen – een portier – een uitnodigingskaart – een heraut – een routebeschrijving – een optocht.
Voorbereiding
De zondag voor de avondmaalsviering is er soms een moment van voorbereiding in de kerk. Hoe zou dat eruit kunnen zien? Overleg met de dominee over de invulling. Kies een bijbelgedeelte en een lied daarvoor. Waarom is voorbereiding mooi/belangrijk?
Bijbelomslag
Ontwerp een bijbelomslag waarmee je laat zien dat de bijbel een sleutel is die het koninkrijk van God voor je opent.
Nederlands Bijbelgenootschap
De bijbel is een sleutel die het koninkrijk van God opent, belangrijk dat de bijbel beschikbaar is in goede vertalingen. Bekijk de website van het Nederlands Bijbelgenootschap. Wat doet deze organisatie om de bijbel beschikbaar te maken voor zoveel mogelijk mensen? Zou je hun werk willen steunen?
Parallelgroep
Lees de /GO tekst over de parallelgroep en reageer daarop.
Doelen
Weten: Twee sleutels: verkondiging en tucht. Doel van beide: nodigen tot God, door de goede weg te wijzen en de foute weg te verhinderen. Motivatie van tucht is liefde. Iedereen leeft van genade. Hoe een kerkenraad handelt rond tucht.
Kunnen: Onderscheid maken tussen goede en foute keuzes. Anderen kunnen waarschuwen in liefde. Aanwijzingen van anderen voor jou ter harte nemen.
Motivatie: Ik ben blij dat God mij de weg naar leven wijst! Daarom ga ik die weg en help ik anderen die weg te gaan. Ik luister als anderen mij terechtwijzen, want we delen de liefde van Jezus.
Aandachtspunten:
– De gang van zaken rond tucht helder maken en bespreken welke rol jongeren hebben voor zichzelf (zelftucht) en naar vrienden / in de gemeente.
– Zelfbeproeving bespreken mhoo komende avondmaalsviering. Gebruik de tekst ‘zelfonderzoek’ bij de extraopdrachten op /GO. Laat jongeren de vijf punten in tweetallen of individueel doen.
– De bijbel is ook een sleutel! Lees een collage voor van een aantal nodigende teksten waarin de redding en liefde van God blijken en laat zo ervaren dat de sleutels zijn om te openen.
Leider:
Tucht is voor jongeren lang niet altijd een beladen onderwerp, ze hebben er vaak nog weinig van gehoord en zijn wel nieuwsgierig: leg eerlijk de gang van zaken uit. Zijn er wel (negatieve) ervaringen, geef dan ruimte om te vertellen en laat de groep zelf reageren.
Optie: Geef de groep een fictieve situatie en laat hen en als ‘kerkenraad’ bespreken wat er gebeuren moet, bijvoorbeeld: Al lange tijd spanningen in gezin, nu ruzie tussen zoon en vader, zoon heeft zijn vader rake klappen gegeven, is weggelopen en woont nu bij een vriend. Of: Meisje is voor de verleiding van veel moois in winkels bezweken, voor de 3e keer opgepakt wegens winkeldiefstal. Zorg dat duidelijk wordt dat: fout fout blijft, maar dat liefde helpt te zoeken naar goede wegen.
Straf
‘Daar heb ik ervaring mee, met de tucht,’ zegt Johan. ‘Vertel,’ komt Chantal. ‘Nou, mijn vader had een vriendin en dat ontdekte mijn moeder. De dominee kwam en een ouderling, en er werd veel gehuild en gepraat. En toen was het avondmaal en zeiden ze van de kerkenraad dat ze maar niet moesten gaan, nu alles nog zo onduidelijk was.’
‘Wat stom,’ reageert Chantal, ‘mochten ze allebei niet? Je moeder had toch niets gedaan?’ En Karin voegt eraan toe: ‘Het avondmaal helpt toch dat je je geloof niet kwijt raakt in alle ellende?’ ‘Het was nog maar twee weken bekend,’ gaat Johan verder. ‘Het was wel duidelijk dat het fout zat, maar niet hoe het precies was. Ergens snap ik het wel. De kerkenraad wist ook niet goed wat ze ermee moesten. Dat zeiden ze ook, het was een eenmalig advies.’
‘Mocht je moeder daarna wel?’ informeert Jasper. ‘Jawel, maar toen wilde ze zelf niet. Ze had het gevoel dat ze gefaald had en tekort schoot, maar nu gaat ze wel weer.’
Marianne zegt: ‘Ik heb gehoord dat in andere kerken mensen meer zelf verantwoordelijk zijn. Dat je gaat als je vindt dat het kan.’ Rik reageert: ‘Maar de kerkenraad, dat zijn toch herders? Die moeten toch oppassen?’
De dominee heeft zitten luisteren. Dan zegt hij: ‘Zoals jullie praten lijkt het alsof de tucht straf is. Je zou het andersom moeten zien. Als je belijdenis hebt gedaan, ben je altijd welkom aan het avondmaal. Behalve als je kiest voor een zondig leven. Dan zeg je met je levensstijl dat het je niet zoveel doet dat Jezus voor je stierf.’
‘Dat vind ik wel heftig, dat u dat zo zegt,’ valt Karin uit. De dominee gaat verder: ‘Het is ook serieus. Het is niet te combineren, leven van vergeving en kiezen voor zonde. Het gaat niet om ‘vergissinkjes’. Met de tucht wil je iemand een halt toeroepen en werken aan, zeg maar bekering. Maar dat is niet alles.’ De groep kijkt vragend, wat bedoelt hij? ‘Tucht is ook bidden voor elkaar en beseffen dat je zelf ook vergeving nodig hebt. De zonde maakt zoveel kapot. Laten we bidden of God ons bewaren wil. En dan vragen we ook om kracht voor Johan en zijn moeder …’ ‘En zijn vader dan?’ komt Karin. ‘Niet zo snel’, zegt de dominee, ‘ik wilde al zeggen: en voor Johans vader. God vergeet hem niet. Laten we vragen of God dat aan hem laat merken.’ Dan vouwt de dominee zijn handen.