Belijdenisboek hoofdstuk 15
Avondmaal, een bevrijdingsmaaltijd
Jarenlang vierden de Israëlieten de bevrijding uit Egypte met het Pesachmaal. Het herinnerde hen eraan dat God redt. Tegelijk was het een richtingbord naar het offer van Jezus. Bij het avondmaal denk je aan Zijn offer. Het brood en de wijn wijzen op Jezus. ‘Het is alsof je mijzelf eet en drinkt’, zegt Jezus. Het is een feestmaal van bevrijding.
Dan kun je dus niet doen alsof je niet van zonde bevrijd bent. Daar waarschuwt Paulus de mensen in Korinthe voor en hij zegt ook: ‘Als je dan zo’n feestmaal van liefde viert, maak dan geen ruzie onder elkaar.’
Het avondmaal is ook een richtingbord naar een nieuw feest. Dat is het bruiloftsmaal van het Lam, waar Johannes van vertelt. Straks, als Jezus terugkomt, dan zul je eens wat meemaken. Om elke dag naar te verlangen.
Dag 1: Exodus 12:1-13 BGT
Dag 2: Johannes 6:53-58 BGT
Dag 3: 1 Korintiërs 10:14-22 BGT
Dag 4: 1 Korintiërs 11:17-22 BGT
Dag 5: Openbaring 19:6-9 BGT
Stellingen
– Als je niet van Jezus houdt, mag je geen avondmaal vieren
– Het maakt niet uit of je lopend of aan tafel avondmaal viert
– Thuis avondmaal vieren is mooi voor zieken
– Avondmaal vier je in de kerk met je broers en zussen in het geloof
Parallelgroep
Lees wat andere jongeren zeggen als ze over avondmaal praten bij de parallelgroep op /GO.
Rollenspel
Avondmaal – Een persoon is gast in de kerk. Hij ziet voor het eerst het avondmaal. Twee anderen leggen uit wat er gebeurt en wat het betekent. De ene heeft al jaren het avondmaal gevierd, de ander doet binnenkort belijdenis. Verdeel de rollen en neem even tijd om het voor te bereiden. Bespreek na afloop wat je opgevallen is.
Interview
Ga in duo’s op bezoek bij belijdende leden van de kerk en vraag hun naar ervaringen rond de avondmaalsviering. Wat betekent het voor hen om aan te gaan? Vertel elkaar volgende keer van je ervaringen.
Gelijkenis en avondmaal
Lees Mat.22:1-14. Wat leert deze gelijkenis over het avondmaal?
Emmaüs en avondmaal
Zoek de tekst op van het lied ‘De Heer is onze reisgenoot’ (Liedboek nr. 73) en vergelijk deze met de les.
Aangaan?
Als iemand in zonde leeft, mag hij niet aangaan aan het avondmaal. Waarom zou dat zijn? Aan het avondmaal vier je toch juist de vergeving?
Poster
Maak een poster waarop je met symbolen en tekst duidelijk maakt wat het avondmaal betekent. Kies als doelgroep kinderen, gasten of gemeenteleden. Hang hem in de hal van de kerk.
Doelen
Weten: De betekenis van brood en wijn. Maaltijd voor onderweg, voorproef van maaltijd straks. Band tussen allen die het brood eten dankzij Jezus. Wat zelfbeproeving is.
Kunnen: Zelfbeproeving toepassen voor jezelf, overwegen of je belijdenis gaat doen en het avondmaal wilt meevieren.
Motivatie: Jezus gaf zijn leven voor mij. Ik mag dat aannemen, ook in de symbolen van brood en wijn, dat doe ik graag, want ik houd van Hem en ben diep dankbaar voor mijn nieuwe leven.
Aandachtspunten
Avondmaal moet je leren vieren. Brood en wijn zijn geen tovermiddel, ze krijgen betekenis door je gedachten te concentreren, een lied te zingen e.d. Vertel dat.
Het samenbindende element van het avondmaal: wie eet is broer en zus van elkaar benadrukken. Geeft ook een taak: elkaar zien zitten en aandacht hebben. Hoe zien jongeren dat tov de gemeente?
Avondmaal vieren en je dagelijks leven hebben een verband: welk? Maak dat concreet. Geldt niet alleen voorafgaand aan de viering, maar ook daarna. Welke uitstraling zou avondmaal moeten hebben?
Sluit af met (delen van) Psalm 103.
Leider
Bij deze les kun je terugwijzen naar les 7 en 8 voor het lijden en sterven van Jezus.
Deze jongeren gaan over een paar maand zelf avondmaal vieren. Vraag of ze er tegenop zien, of ze vragen hebben over de gang van zaken. Leg zo nodig praktische dingen uit.
Avondmaal vieren doe je in de gemeente, sommigen vieren het al lang. Je kunt een ouder gemeentelid die goed over zijn levenservaringen en geloof kan vertellen, uitnodigen langs te komen en te vertellen over zijn avondmaalbeleving.
Bij deze les kun je ook goed een avondmaalsformulier gebruiken.
Aan tafel
‘Voor in de kerk staat een tafel met een wit kleed met een zilveren kan, bekers en een bord met brood. Een rij mensen loopt naar voren, waaronder Jasper. De rest van de belijdenisgroep kijkt toe. Volgende keer gaan zij. Hoe zou dat zijn? Als ze na de dienst op het kerkplein staan te praten, vraagt Karin: ‘Hoe is dat, avondmaal vieren? Voel je dan iets speciaals?’
‘Dat is een beetje raar,’ zegt Jasper. ‘De eerste keer had ik zoiets van: ‘Was dit het nou?’ – haast teleurstellend. Maar nu is dat anders.’ ‘Hoezo?’ vraagt Marianne. ‘Misschien omdat ik weet hoe het gaat,’ reageert Jasper. ‘Ik denk er bij het brood dat ik krijg meer aan dat Jezus voor mij stierf.’
Johan staat gespannen te luisteren. ‘En bij de wijn?’ komt hij dan. ‘Ja, wijn…’ reageert Jasper. ‘Wijn is van het bloed, maar wijn is voor mij ook feest. Dan denk ik dat Jezus zorgt voor het grote feest straks. Ik vind die regel ‘als Hij de wijn nieuw met ons gaat drinken’ wel mooi.’ Johan knikt, als hij dat zo hoort, zal hij dan misschien toch belijdenis …?
Marianne reageert: ‘Je keek anders wel ernstig toen je daar liep.’ ‘Daar had Karin het laatst op catechisatie toch over?’ zegt Annet. ‘Klopt,’ antwoordt Jasper, ‘en volgens mij ging het toen over blijdschap van binnen. Zo is het ook, ik ben wel blij, maar het heeft Jezus zijn leven gekost en dan word ik een soort van ernstig blij.’ Chantal bekijkt hem: ‘Zo ziet dat er dus uit, ernstig blij… ik zal eens oefenen.’ Iedereen lacht, maar Karin zegt: ‘Eigenlijk zou ik nu al wel willen. Waarom moeten we eerst ‘examen’ doen? Ik geloof al!’
‘Gefeliciteerd!’ zegt de dominee. Niemand had gemerkt dat hij er bij was gekomen. ‘Fijn dat je belijdenis doet op het kerkplein! Nu nog voor in de kerk, dan kunnen we het allemaal horen.’ Karin bloost ervan, maar vraagt toch: ‘Waarom nu nog niet?’ ‘Dat hebben we zo afgesproken,’ antwoordt de dominee. Op catechisatie leer je waar je ‘ja’ tegen zegt. Zie het maar een beetje als verkering. Dan houd je wel van elkaar, maar je gaat nog niet naar het stadhuis. Dat doe je als je elkaar beter kent en goed voorbereid bent. Dan zeg je van harte ‘ja’ en ga je het vieren.’