Belijdenisboek hoofdstuk 14
Verbonden met God door de doop
Abram was 99 jaar, toen God zei: Ik zal de God zijn van jou en je kinderen voor altijd. Het is een vaste afspraak, een verbond. Als teken daarvan moeten jullie je besnijden, want je hoort bij Mij. Nadat Jezus het offer van zijn leven bracht, is de doop daarvoor in de plaats gekomen. Petrus zegt op de Pinksterdag: Laat je redden, laat je dopen! Jullie met je hele gezin, ook de kinderen. Jezus maakte immers duidelijk dat zij er echt bij horen. De doop is het begin van een nieuw leven. Gedoopt leven, dat is je laten leiden door de Geest en ver blijven van wat slecht is, schrijft Paulus aan Korinthe en tegen de Romeinen zegt hij: De doop maakt je vast aan Christus. Met Hem sterf je voor de zonde en met Hem sta je op voor een nieuw leven. Leef verbonden met je redder.
Dag 1: Genesis 17:1-14 BGT
Dag 2: Handelingen 2:37-42 BGT
Dag 3: Marcus 10:13-16 BGT
Dag 4: 1 Korintiërs 6:9-20 BGT
Dag 5: Romeinen 6:1-14 BGT
Lesplaat
Wat zijn jouw gedachten bij de lesplaat? Waarom zou de tekenaar groen gras getekend hebben op het woord ‘doop’?
Doopkaart
Bij de doop wordt vaak een doopkaart uitgereikt. Ontwerp een nieuwe eigentijdse kaart met een mooie tekst en symbolen die laten zien wat de betekenis van de doop is.
Rollenspel
Vertellen over de doop. Doe een rollenspel. Iemand hoort dat jij gedoopt bent, maar weet niet wat er dan gebeurt of wat het betekent. Bereid het eerst voor. Eén groepje bedenkt de vragen van iemand die niets weet, een ander groepje bedenkt wat je in ieder geval wilt vertellen. Daarna ga je het doen. Praat na afloop even na. Wat viel op?
De doop in je leven
Als je gedoopt bent, betekent dat iets voor je doen en laten. Sommige dingen kun je als gedoopte niet doen. Welke? Waarom niet? Andere dingen horen juist wel bij een gedoopt kind van God. Bedenk daar minstens 5 voorbeelden bij.
Doopvont
Vaak heeft een doopvont een bijzondere vorm met betekenis of inscriptie. Zoek voorbeelden op internet. Wat zouden de makers willen zeggen? Bedenk zelf een doopvont waarin je symbolen verwerkt. Welke boodschap moet jullie doopvont uitstralen?
Felicitatiekaart
Ontwerp een felicitatiekaart voor doopouders of koop er een. Stuur die de eerstvolgende keer dat er een kindje gedoopt wordt. Wat ga je erop zetten?
Liturgie: Gedoopt in de gemeente
In een (nieuwer) doopformulier staat een oproep aan de gemeente. Iedereen die de doop zag, moet het kindje en de ouders helpen op de weg van het geloof. Hoe zouden jullie als belijdeniscatechisanten de kinderen in de kerk kunnen helpen? Doe het.
Doorvertellen of rollenspel: Betekenis van de doop
Geregeld zijn in de gemeente gasten aanwezig bij een doopdienst. Schrijf een korte tekst waarin je vertelt wat de doop betekent.
Variant: doe deze opdracht in de vorm van een rollenspel. Twee van jullie zijn vrienden van doopouders, twee anderen zijn kerkleden die uitleggen wat er gebeurt.
Doelen:
Weten: De doop is teken van het verbond, van Gods liefde. Het bloed van Jezus wast zonden weg, dat laat de doop zien, de besnijdenis was een voorteken. Gods belofte geldt ook voor kinderen.
Kunnen: Elke dag leven in het geloof dat God je Vader is, dat Jezus je zonde wegwast en de Geest je geloof wil geven en leert leven als kind van God. De doop gebruiken: een garantie, dit is waar!
Motivatie: Ik kreeg Gods belofte. De doop bevestigt dat en stimuleert me om Hem te vertrouwen.
Aandachtspunten:
– Wie is (niet) gedoopt? Wat weet je van je doop? Concreet maken door in het gezin te vragen naar motivatie van de ouders en de dienst. Zo wordt de doop persoonlijk.
– Soms lieten ouders hun kinderen niet dopen of is iemand te gast. Wees gastvrij. Vraag open naar het verhaal erachter. Kinderen zijn nooit verantwoordelijk voor wat ouders wel/niet doen.
– Besteed ruim aandacht aan het verbond, de afspraak van God die al eeuwen doorgaat vanaf Abraham. Wat God afspreekt gebeurt ook! Zie je dat terug in de stamboom van je eigen familie?
– Sluit af met zingen van Ps. 105.
– De doop is een teken: Waarvan? Leg de noodzakelijke wasbeurt uit.
– Bespreek de lesplaat. Zag je de baby? Wat wil de tekenaar zeggen en wat bedoelt hij met ‘blijf denken aan je doop?’ Hoe doe je dat? Vergelijk met de lesplaat van les 3, pag. 20. Zorg dat jongeren de betekenis van de doop voor zichzelf helder hebben. De combi met de Drie Personen van les 3 helpt daarbij.
Leider
Zijn er groepsleden die nog niet gedoopt zijn? Bespreek expliciet hun situatie en leg uit hoe het straks gaat als zij gedoopt zullen worden.
Als kinderdoop een item is, gebruik dan de verdiepingstekst en de dichtbijtekst expliciet.
Doop
‘Jullie weten dat Rob lid is van een evangelische gemeente, vertelt Marianne in de groep. ‘Afgelopen zondag werd daar een stel gedoopt. Dat doen ze met onderdompelen.’ Rik vraagt: ‘Hoe gaat dat dan?’ ‘Nou, voor in de kerk is een zwembad met traptreden. Als het niet gebruikt wordt, ligt er een vloer over.’ Marianne vraagt: ‘Hun kinderen werden niet gedoopt, Hoe zit dat? Want bij ons
worden kinderen wel gedoopt.’
‘Werden die ouders gedoopt en die kinderen niet?’ vraagt Jessica. ‘Wat zielig, net alsof zij er niet bij horen.’ ‘Nee hoor,’ schiet Marianne in de verdediging, ‘zij vinden juist dat ouders niet voor kinderen moeten beslissen, het moet hun eigen keuze zijn, en daar is wat voor te zeggen.’ ‘Dus jouw ouders hadden jou niet moeten laten dopen?’ komt Karin.
‘Laten we het even centraal houden,’ zegt de dominee als iedereen door elkaar begint te praten. ‘Ik merk dat het jullie bezighoudt. Laten we eerst lezen wat de bijbel zegt, zoek maar op, Handelingen 2: 39. Chantal wil jij voorlezen?’ ‘Want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen,’ leest ze en zegt: ‘Die kinderen horen er dus bij.’
‘Dat was ook zo toen Jezus ze ging zegenen, reageert Rik. ‘Goed bedacht’, antwoordt de dominee. ‘Eigenlijk gaat het in de bijbel nooit over individuen, maar altijd over generaties. God gaat door van ouders op kinderen en kleinkinderen.’
‘Het gaat God erom dat ouders hun kinderen over God vertellen. Als God een kindje geeft, is dat een kind van Hem. Dat laat God zien bij de doop.’ ‘Dan is God er eerst,’ concludeert Rik, en dan gaat dat kind geloven in iets wat er al lang was.’ ‘Zo zou je het kunnen zeggen, ja,’ antwoordt de dominee. ‘Het is net als bij de ouders, een baby hoort bij hen en leert hen gaandeweg kennen.
Zo ontdekt een baby bij het ouder worden ook wie God voor hem wil zijn. De doop is een teken van Gods belofte en niet van je keus voor God.’ ‘Dat is wel anders in de Christengemeente,’ komt Marianne. ‘Ja,’ reageert de dominee, ‘dat is echt een verschil. Ga daar samen met Rob maar eens op studeren. Ik heb wel een boekje voor je te leen, kom dat van de week maar even halen.’ ‘Huiswerk, Marianne!’ grijnst Rik.