Belijdenisboek hoofdstuk 13
De waarheid van Gods woorden
Wat kan het helpen als God een teken geeft. Gideon kreeg moed toen God liet zien dat Hij doet wat Hij zegt. Soms durf je niet geloven, als je niet eerst ziet dat het waar is. Dat had Thomas. Zou Jezus echt weer leven? Hij wil bewijs en krijgt het, maar Jezus zegt wel: Vanaf nu zullen mensen in Mij geloven zonder dat ze Mij zien, zij zullen gelukkig zijn.
In de brief aan de Hebreeën lees je, dat God zelfs een eed zweert dat zijn woorden waar zijn. Hij is echt betrouwbaar. God laat het goede nieuws aan iedereen vertellen. Je moet het alleen wel in geloof ontvangen. Wie is er nu zo dom dat hij God niet gelooft? In Psalm 119 lees je hoezeer de zanger ernaar verlangt. Gods woord maakt het donker licht.
Dag 1: Rechters 6:36-40 BGT
Dag 2: Johannes 20:24-30 BGT
Dag 3: Hebreeën 6:9-20 BGT
Dag 4: Romeinen 10:14-21 BGT
Dag 5: Psalm 119:129-136 BGT
Twijfelen
Lees de verdiepingstekst over twijfel en bespreek je reactie. Hoe zit het bij jou met onzekerheid en vertrouwen?
Lesplaat
Bekijk de lesplaat. Welke symbolen herken je? Wat betekenen ze hier? Ontwerp een alternatieve poster over de betekenis van de bijbel en de sacramenten.
Bijbel
Lees 1Joh.2:14. Klopt wat daar staat ook voor jou? Leg uit.
Bijbel en onderzoek: Het Woord
Lees Openbaring 19: 11 – 16. Bij ‘het woord van God’ denk je meestal aan de bijbel. Voor wie wordt het hier gebruikt? Wat betekent het dat ‘woord van God’ en deze persoon synoniem zijn?
Parallelgroep
Hoe praat de groep jongeren over het onderwerp? Lees de tekst op /GO.
Beelden
Voor de Bijbel worden allerlei beelden gebruikt, een lamp, een wegwijzer, een noodpakket, een liefdesbrief. Wat vertellen de beelden? Vind je ze passend of ken je er nog meer?
NB: Deze les gaat over groeien in geloof door woord en sacramenten. Doop en avondmaal worden apart besproken in les 14 en 15.
Doelen:
Weten: God voedt het geloof door woord en sacramenten. Doop en avondmaal zijn een teken en zegel.
Kunnen: De bijbel lezen, en luisteren naar preken om te groeien. De betekenis van de sacramenten laten doordringen.
Motivatie: Ik houd van God en wil daarom horen wat Hij zegt en groeien in geloof.
Aandachtspunten:
– In de kerk bouwt de Geest door het woord. Wat krijg je mee van de preek? Maak een preekverslag voor de volgende keer of doe mee in een preekvoorbereidingsgroepje.
– Een teken is een plaatje en een zegel een garantiebewijs. Ontdek samen welke twee ‘plaatjes’ God geeft: wat laat Hij zien? En: Wat garandeert Hij? (verkennend, bredere bespreking in les 14, 15)
– Een kerkdienst is meer dan een preek. Zet de liturgische elementen op een rij: wat is de functie ervan?
– Persoonlijke groei: Pak je geschreven motivatie van les 1 en de doelen die je stelde. Wat is er veranderd? Ben je gegroeid? Waarin? Zijn er dingen die je zou willen oppakken? Hoe kunnen Woord en sacramenten daarin een rol spelen? Maak concrete nieuwe plannen voor de komende tijd.
Bidt God of Hij ieder van jullie wil geven wat nodig is om te groeien in liefde en overtuiging.
Leider:
Besteed aandacht aan de persoonlijke groei. Dit is het moment om jongeren die nog twijfelen uit te nodigen voor persoonlijke gesprekken met de vraag: Wat is er nodig om je te helpen kiezen?
Groei kan ook zijn dat je schijnbaar achteruit gaat. Doordat je je meer bezint op je leven, ga je ook beter zien wat je anders wilt doen. Als dit aan de hand is, heb er dan oog voor en benoem dat groeien in inzicht ook groei is.
Maak van groeien geen doe-het-zelf. Geloof blijft een geschenk van God.
Twee keer
Het is zondag. De zon schijnt en daarom gaan Jasper en Annet lopend naar de kerk. Onderweg vraagt Annet: ‘Waarom gaan jullie altijd twee keer naar de kerk? Het is twee keer hetzelfde en ik heb na één keer al veel om over na te denken.’ ‘Ha,’zegt Jasper, ‘zullen we verhuizen? In andere landen gaan ze meestal één keer. Wat vind je van Duitsland?’
‘Doe maar niet,’ reageert Annet. ‘Ik wil hier niet weg, maar waarom twee keer op een zondag? Wordt God daar blijer van?’ ‘Dat kan ik natuurlijk niet zeggen’, antwoordt Jasper, ‘maar ik weet wel dat Hij het fijn vindt als zijn mensen bij elkaar komen. Jezus heeft immers broertjes en zusjes van ons gemaakt?’
‘Dag zusje Karin’, roept Jasper als Karin langsfietst. ‘Waarom ga jij twee keer naar de kerk?’ Karin stapt af en loopt met hen mee. ‘Voor het zingen’, zegt ze. ‘Logisch,’ reageert Jasper, ‘want jij zit in de band.’ Maar Karin reageert: ‘Niet alleen daarom hoor, ik wil ook meer over God weten, dus die preek is niet verkeerd.’
‘Annet vroeg zich af waarom we twee keer naar de kerk gaan,’ legt Jasper uit. Karin kijkt eens naar haar en lacht: ‘Ik heb geen vriend, maar als ik er wel een had dan vertelde ik hem de hele dag hoeveel ik van hem hield, en daarom…’ Annet valt haar in de rede: ‘Ik snap al wat je zeggen wilt, maar ik voel dat niet als ik in de kerk zit. Dan duurt het soms lang of snap ik niet alles. Dat heeft voor mij niets te maken met liefde.’
Karin zegt: ‘Dat is niet raar hoor, dat hebben anderen ook wel. Maar in de kerk leer je God wel steeds beter kennen en hoe meer je van Hem weet, hoe meer je ontdekt dat er toch allemaal liefde achter zit. En het is natuurlijk ook leuk om elkaar te zien, want tenslotte zijn we broertjes en zusj… Daarom riep je natuurlijk zusje Karin naar mij’, zegt ze dan naar Jasper. ‘Jij was dit ook al aan het vertellen.’
‘Klopt’, grijnst Jasper, ‘je hebt het mooi van me overgenomen. Zie je wel dat we familie zijn, we voelen elkaar aan. Kom je vanavond nog? Rik en Chantal komen ook. Gaan we als een echte familie spelletjes doen.’