Ga naar de inhoud

Belijdenisboek hoofdstuk 12

Samenleven in de kerk

Gaat het altijd goed in de kerk? Nou nee, want de kerk zit vol zondige mensen. Dat leidde in Korinthe tot onenigheid, alsof het uitmaakte welke leider je volgde. Je volgt toch allemaal Jezus?
Soms zijn er in de kerk leiders die verkeerde ideeën vertellen. Jesaja waarschuwt al voor valse profeten die hun eigen ideeën vertelden en die mensen naar de mond praatten. En Johannes waarschuwt voor de antichrist, iemand die regelrecht ingaat tegen wat Jezus leert. Ook in Pergamum ging het mis, daar dachten de mensen een slecht leven te kunnen combineren met geloof.
Er kan van alles fout gaan, maar de Heer van de kerk is er ook. Hij laat niet gebeuren dat zijn mensen de weg kwijt raken. Jezus bidt voor zijn mensen en vraagt Zijn Vader hen eenheid te geven en te bewaren bij de waarheid.

Dag 1:  1 Korintiërs 1:10-17 BGT
Dag 2:  Jeremia 23:16-24 BGT
Dag 3:  1 Johannes 2:18-28 BGT
Dag 4:  Openbaring 2:12-17 BGT
Dag 5:  Johannes 17:15-23 BGT

Voorbeelden 

Er zijn allerlei beelden over de kerk, zoals: 
Een herder met drie schaapskudden – Een man die met een megafoon een opdracht geeft en vijf mensen die allemaal wat anders gaan doen – Een boetseerder die met zijn linker- en rechterhand twee verschillende vaasjes vormt – Twee mensen die elkaar een hand geven en elk een andere weg in slaan – Vier bruiden die allemaal zeggen dat ze met dezelfde man gaan trouwen.
Wat zegt elk beeld je over kerkelijke eenheid of verdeeldheid? Kun je zelf nog een beeld toevoegen?   

Kerkgeschiedenis 

De kerk is door de tijd heen erg veranderd. Kies een periode en schrijf op wat je van de kerk in die tijd weet, bijvoorbeeld: de tijd van koning David, de tijd van Paulus, de middeleeuwen, de tijd van je opa en oma, je eigen tijd. Waar liggen verschillen en waar overeenkomsten? 

Parallelgroep

Lees de teksten over andere jongeren op /GO en reageer op hun uitspraken.

Interview 

Vraag een ouder gemeentelid langs te komen op jullie avond en te vertellen over zijn ervaringen met de kerk in zijn leven. Wat vindt hij of zij het belangrijkst om te onthouden en door te geven? 

Antwoorden 

Over welke kerk zou je meer willen weten? Of over welk onderdeel van de kerkgeschiedenis heb je vragen? Inventariseer de vragen die in je groep leven en bedenk hoe je aan antwoorden kunt komen, bijvoorbeeld door internet-onderzoek, interviews, raadplegen van een deskundige enz. Verdeel de taken en kom er volgende keer op terug.  

  

 

Doelen:

Weten: De reden van kerkelijke verdeeldheid. Kenmerken van een goede kerk en (on)belangrijke verschillen. De eenheid die God wil. Zoeken naar eenheid en argumenten bij kerkkeuze.
Kunnen: Bidden om eenheid, met argumenten kiezen voor je gemeente. Verschil van mening kunnen taxeren in wel of niet belangrijk.
Motivatie: Ik verlang naar eenheid met iedereen die van Jezus houdt, want Hij bindt ons samen.

Aandachtspunten:

– Gebruik de verdiepingsteksten bij de les. Deze stof hebben jongeren eerder gehad. De stromingen kunnen helpen grip te krijgen op verschillen. Laat zien dat in een kerk soms meerdere stromingen zitten en dat het beeld niet altijd zwart-wit is.
– Bespreek waarom je belijdenis zou doen in deze gemeente, of waarom niet. Welke argumenten heb je?
– Laat zien dat er verschillende afstand is tussen de eigen gemeente en verschillende kerkgenootschappen en leg uit wat de verschillen zijn.
– Erken de moeite van verdeeldheid. Sluit af met een gebed om eenheid onder ieder die oprecht Jezus volgt.

Leider:

Verschil tussen kerken is een belangrijk onderwerp. Verken hoe het ligt bij de groep. Waar zitten pijnpunten? Geef ruimte om uit te spreken en te verkennen. Het antwoord hoeft niet gelijk gegeven te worden, maar help in de zoektocht. Erken de pijn die verdeeldheid (onder vrienden en in families) kan geven.

Voorkom dat de les alleen gaat over verschillen en strijd. De kerk is ook een wonder van God. Grijp zo nodig terug op les 11.

Veelkleurig

Het is stedenweek en er is van alles te doen. Ook de kerken hebben een programma opgesteld. In bijna elke kerk is wel een activiteit. Het publiek kan vrij in en uit lopen.

Johan, Karin en Rik zijn ook in de stad. Ze zijn vooral benieuwd wat er in de verschillende kerken wordt gedaan. Rik weet dat in hun eigen kerk een soort debatavond voor studenten wordt gehouden. Zijn vader verzorgt rondleidingen door het gebouw en vertelt over de gemeente. ‘Leuk,’ vindt Karin, ‘maar daar gaan wij dus niet heen. Onze kerk kennen we al.’

Johan kijkt in het programmaboekje. ‘We gaan naar de PKN-kerk,’ beslist hij. ’Daar is een tentoonstelling van christelijke kunst.’ Even later lopen ze langs de schilderijen en wandkleden. Karin blijft staan voor het schilderij van een lachende jonge vrouw met een peuter op haar arm. Het lijkt alsof ze niet merkt wat achter haar gebeurt. Karin ziet hoe dreigend het landschap is afgebeeld. Op een heuvel in de verte staat een kruis. Madonna met kind, staat er op een bordje bij. ‘Maria, zo blij en vrolijk,’ zegt Karin. ‘Ze weet niet wat er te gebeuren staat.’ ‘Maar daar wordt ze uiteindelijk wel blij van’, reageert Rik.

Daarna bezoeken ze de monumentale oude kerk op de markt. Vóór in de kerk staat een koor gereed. De eerste orgelklanken dansen al door de ruimte. De bezoekers worden stil. Johan wijst in het programmaboekje: Het kamerkoor zingt cantates van Bach. Oude kerkmuziek dus. De stemmen klinken mooi hier onder de hoge plafonds. Ze blijven lang luisteren.

Als ze ook nog naar de Lutherse kerk zijn geweest hebben Karin en Rik er wel genoeg van, maar Johan wil nog graag naar de evangeliegemeente. Ze treffen het: er is een swingend gospelkoor dat opwekkingsliederen zingt. Een vrolijke afsluiting van hun kerkentour.

Op een terrasje praten ze na. ‘Wat vonden jullie het leukst?’ wil Karin weten. Rik hoeft niet lang na te denken. Hij kiest voor het gospelkoor. Karin noemt het schilderij en Johan vond de cantates in de oude kerk indrukwekkend. ‘Eigenlijk hebben al die kerken wel iets van het evangelie laten zien’, zegt hij peinzend. ‘Met kunst en muziek iets vertellen over God… Mooi! Als al dat publiek nu eens ging geloven…’ Rik knikt. ‘Er is soms meer geloof dan je denkt.’