Ga naar de inhoud

Belijdenisboek hoofdstuk 11

Over de kerk

In de oude tijd waren er twee groepen mensen. De een ging zijn eigen gang, de ander kwam samen om God te dienen. Die laatste groep is het begin van de kerk.
Samen zingen, bidden en naar Gods woorden luisteren, daar word je blij van. Kijk maar naar Psalm 122.
Jezus zorgt voor de mensen die bij Hem horen. Zij zijn de kerk in deze tijd en Jezus geeft hun goede leiders en laat hen opbloeien doordat ze God steeds beter leren kennen. Blijf elkaar opzoeken, staat in Hebreeën. Het duurt immers niet lang en dan komt Jezus terug. Stimuleer elkaar in geloof tot die dag. Johannes heeft gezien hoe het dan zal zijn. Er is een onafzienbare mensenmassa die God eert en waar Jezus voor zorgt. Alle verdriet en tekort zijn verdwenen, want Jezus beschermt hen.

Dag 1:  Genesis 4: 16 – 26 BGT
Dag 2:  Psalm 122 BGT
Dag 3:  Efeziërs 4: 7 – 17 BGT
Dag 4:  Hebreeën 10: 23 – 25 BGT
Dag 5:  Openbaring 7: 9 – 17 BGT

Creatief 

Maak een gedicht over de kerk. Doe dat als volgt: 1. Noteer vijf trefwoorden bij het woord kerk. 2. Noteer drie gevoelens bij het woord kerk. 3. Denk na over de woorden die je opschreef en maak er korte zinnen van en schrijf je gedicht. Het hoeft niet te rijmen. Laat je gedicht lezen en vraag een reactie. 

Inventariseren

De kerk en ik – Schrijf op briefjes wat de kerk voor je betekent. Lees ze om beurten voor en praat erover met elkaar. 

Kerkgebouw 

Architecten tekenen niet zomaar een kerkgebouw. Oude kathedralen zijn bijvoorbeeld vaak in een kruisvorm gebouwd. Ook andere symbolen kun je in gebouwen ontdekken. Geldt dat ook voor jullie kerkgebouw? Welke symbolen zou jij in een gebouw willen tonen?
Welke plek krijgen het doopvont, de muzikanten of de preekstoel? 

Luisteren 

Zoek het lied God is in ons midden van Sela. Wat vind je mooi in de tekst? Vergelijk het lied met Psalm 134. Welke overeenkomsten of verschillen zie je?  

Inventariseren 

Maak een woordspin. Zet in het midden het woord kerk en verzamel wat er in de les over de kerk gezegd wordt. Schrijf dat eromheen. Vul het aan met eigen opmerkingen. 

Samen kerkzijn 

Lees Psalm 122 en Psalm 133. Wat vertellen ze je over de kerk? 

Doelen:

Weten: De kerk is van Jezus, Hij verzamelt een volk. De Geest werkt in de gemeente, ambtsdragers, liturgie, broers en zussen in geloof zijn geschenken van God. Samen groeit de kerk in geloof naar haar Heer.
Kunnen: In de eredienst God loven, luisteren naar zijn woord. Gehoorzaam zijn aan Jezus. Je plek innemen in de gemeente.
Motivatie
: Ik volg Jezus in de gemeente waar Hij mij roept. De liefde aan Hem bindt me aan mijn broers en zussen en stimuleert me met hen te groeien.

Aandachtspunten:

– De kerk is concreet de gemeente waar je bent. Hoe werkt de Geest in de diensten? Wat krijg je in je broers en zussen en wie ben je voor hen?
– Wat kan de groep de komende week in de gemeente doen? Of: hoe kan de groep de gemeente beter leren kennen? Bespreek dat en maak een plan.

Leider

De kerk, dat is de gemeente waar je bij hoort. Lees de bijlagen op /GO over de relatie van jongeren met kerk en gemeente. Welke tip ga je met de groep in praktijk brengen?

Verval rond liturgie en diensten niet in een lijst met tekorten en wensen. Natuurlijk kun je praten over verbeteringen, maar eerst: hoe werkt de Geest hier? En: Besef je dat de kerk van Jezus is?

Besef dat jongeren vaak een beperkt beeld hebben van wat er reilt en zeilt in de gemeente. Verken dat door interviews of door het jaarboekje te bekijken of plan een bezoekje aan de kerkenraad.

Kruis door de kerk

‘Laat eens zien’, zegt Johan en hij kijkt over de schouder van Karin op haar briefje. Iedereen is bezig op te schrijven wat de kerk voor hem of haar betekent. Op het bord heeft de dominee een kerk getekend, daar schrijft hij antwoorden op. ‘Klaar’, roept Karin. ‘Lees maar voor,’ reageert de dominee meteen, ’dan horen we het allemaal.’

‘Ik vind het fijn in de kerk, ik heb leuke vrienden,’ leest Karin voor en ze voegt er aan toe: ’Catechisatie is ook fijn, ik merk dat mijn geloof groeit.’

‘Dankjewel’, zegt de dominee en noteert ‘vrienden’ op het bord. Dan krijgt Annet de beurt. ‘Ik merk dat de mensen van de kerk echt om elkaar denken’, zegt ze. Rik zegt: ‘De kerk is voor mij de plek waar ik God ontmoet.’ Jessica vult aan: ‘ In de kerk leer ik veel over God.’ De dominee noteert meer trefwoorden. ‘En jij, Johan?’ vraagt hij.

‘Ik weet niet of u het echt weten wilt’, zegt Johan. ‘Schrijf zelf maar op,’ zegt de dominee en hij geeft Johan de stift. Johan loopt naar het bord en zet een groot kruis door de kerk. Daar wil de dominee meer van weten. ‘Kun je dit uitleggen, Johan? Of wil je dat liever niet hier?’

Johan trekt zijn schouders op. ‘Nou ja… als u het wilt weten… In de kerk lijkt het mooi, maar dat is vaak schijn. Toen mijn vader ons in de steek liet voor zijn vriendin, kwamen de dominee en een ouderling en nog een paar mensen van de kerk. Ze praatten altijd met mijn moeder, maar nooit met mij. Dat zit me nog dwars.’
‘Wat rot voor je’, zegt Marianne als eerste. ‘Dat kun je wel zeggen’, reageert Johan. ‘Terwijl mijn chef van de supermarkt geregeld vroeg hoe het met me was. Bij hem kon ik wél terecht. Dat vond ik echt tof.’

De dominee zoekt naar de goede woorden. ‘Ik ben blij dat je dit zegt, Johan. Je hebt gelijk. Dat is fout geweest. Het spijt me. Ik hoop dat je alsnog met me wilt praten. Je bent welkom.’
Terwijl de dominee de stift van Johan terugkrijgt, zegt hij: ‘Laten we onze ogen open houden voor fouten in de kerk en ze niet verzwijgen, maar eraan werken. De kerk is de gemeente van Christus. Hij stierf voor zijn kerk. Voor ons. Dan horen wij er ook voor elkaar te zijn. Jezus maakte ons niet voor niets tot broers en zussen.’