Belijdenisboek hoofdstuk 1
Gods liefde voor jou
Het allerbelangrijkste in je leven? Wat zeg jij? Paulus weet het wel, dat is Gods liefde voor jou. Natuurlijk kun je wel eens weifelen. Is het wel waar allemaal? Jakobus vergelijkt dat met een golf in het water. Die zwabbert alle kanten op en wat moet je dan? Ga naar God, zegt hij. De Heer kan je geloof sterk maken.
Dat is ook wel nodig: geloof kan je alles kosten. Denk maar aan mensen die gedood werden om hun geloof. Maar ook al kost het je je leven, geloof brengt je veel meer. Een eeuwig leven met God. Want Jezus zegt: Als jij je niet schaamt voor je geloof, schaam Ik me niet voor jou. Dan vertel Ik mijn Vader dat je bij Mij hoort en dan ben je welkom voor altijd. Lees daarover deze week.
Dag 1: 1 Johannes 3:1-3 BGT
Dag 2: Filippenzen 3: 7-16 BGT
Dag 3: Jakobus 1:5-8 BGT
Dag 4: Marcus 8:34-37 BGT
Dag 5: Marcus 8:38 BGT
Ga aan de slag met Werkplaats in je boek of gebruik onderstaande opdrachten. Lees ook het verhaal van de parallelgroep. (zie tabblad
In de gemeente
Houd een enquête over bijbellezen. Bedenk 5 vragen over bijbelgebruik (hoe vaak lees je, wat lees je enz.). Elke jongere stelt de vragen aan 3 mensen en de volgende keer presenteer je de uitkomsten. Wat ontdek je? Deel de uitslag in het kerkblad of op de site.
Creatief
Maak een omslag of bladwijzer voor je bijbel. Geef met plaatjes of tekst aan welke betekenis de bijbel voor je heeft.
Zingen of luisteren
Zoek het lied Zo is het beloofd van Sela op. Luister ernaar en/of lees de liedtekst. Wat hoor je in het lied over belofte en vervulling? Past dat bij Bijbellezen?
In de gemeente
Ga op bezoek bij de bijbelklas of kinderclub van je gemeente. Luister hoe daar het bijbelverhaal verteld wordt en vraag of jij (eventueel samen met een ander) volgende keer de bijbelvertelling mag doen.
Interview
Nodig iemand uit in je groep of ga langs bij een (ouder) gemeentelid en vraag hem of haar naar zijn ervaringen met Bijbellezen. Welke rol heeft de Bijbel in zijn leven? Hoe vaak leest hij en wat? Heeft hij tips voor jou of voor jullie groep? Bedenk vooraf vragen en vertel de volgende keer over je ervaringen. Deze opdracht kun je ook in tweetallen doen.
Doelen:
Weten: Wat je belooft bij belijdenis doen, betekenis van gebed bij gaan geloven, belijden in de kring van kerk, geschiedenis en gezin.
Kunnen: Eigen motivatie of vragen verwoorden, doelen stellen voor dit jaar
Motivatie: Gods liefde blijkt bij mijn doop, in mijn leven. Dat inspireert me tot reageren.
Aandachtspunten:
Geef ruimte voor gevoelens, twijfels en vragen. Zoek niet gelijk naar antwoorden maar daag uit deze samen te gaan zoeken de komende tijd.
Benoem expliciet: openheid en vertrouwen, de bereidheid te groeien, dat je elkaar als broers en zussen krijgt, positieve inbreng van jongeren en dank daar samen voor.
Laat de jongeren hun groeidoelen opschrijven en bewaren. Kom er in de loop van het jaar geregeld op terug.
Eigen inbreng jongeren afspreken en rooster opstellen.
Leider:
Zorg dat je op de hoogte bent van de levenssituatie van jongeren. Start de komende tijd met een ‘individueel ’ 10 min. gesprekje’ om beurten, na de les, om gericht te vragen naar mogelijke moeite, lastige gezinssituatie en dergelijke.
Lees de bijlagen kerkenraad / gemeente en belijdeniscatechisanten van het Belijdenisboek op de /GO van het Belijdenisboek. Kies wat je daarvan in praktijk brengt met de groep.
Bij ontwikkeldoelen kun je inbrengen: persoonlijk bijbellezen en bidden. De weekagenda kan stimulans zijn. Spreek af of je die gaat volgen en hoe je elkaar kunt stimuleren. Wat willen jongeren leren over bidden? Maak van deze twee items een terugkerend onderwerp. De relatie naar God toe wordt hier wel door gekenmerkt. Wie belijdenis gaat doen moet bijbellezen en bidden in zijn leven integreren en goede gewoontes leer je door trainen.
Voor het eerst bij elkaar
Ik wil je voorstellen aan een groepje jongeren. Vanavond zijn ze voor de eerste keer bij elkaar voor belijdeniscatechisatie. Links zit Karin (17), zij is de jongste. Karin houdt van zingen en zit in de band van de kerk. Dit jaar doet ze eindexamen.
Tegenover Karin zit Johan (19). Johan weet nog niet of hij aan het eind van het jaar belijdenis doet. Johan is automonteur. Drie jaar geleden zijn zijn ouders gescheiden, zijn vader heeft een vriendin en gaat niet meer naar de kerk.
Verderop zit Marianne (18). Ze heeft verkering met Rob (22). Rob is lid van een evangelische gemeente en ze gaat geregeld met hem mee. Marianne wil graag belijdenis doen, maar wil ze dat in
deze kerk? Marianne loopt stage in de kinderopvang en Rob doet iets met ict.
Annet (19) en Jasper (21) zitten naast elkaar. Annet is de vriendin van Jasper. Haar ouders zijn niet christelijk, maar Annet komt altijd met Jasper mee naar de kerk. Ze is blij dat ze God heeft leren kennen. Jasper heeft vorig jaar al belijdenis gedaan. Hij werkt in een winkel. Annet is kapster.
Om beurten vertellen de jongeren over zichzelf. Ook Rik, Jessica en Chantal stellen zich voor. Daarna zegt de dominee: ‘Zo, nu weet je een beetje wie hier zitten en ik ben benieuwd waarom jullie belijdenis willen doen.’ De dominee kijkt vragend rond.
Karin reageert. ‘God is zo goed. En Hij heeft Jezus gegeven. Dat vind ik gaaf en dat mag iedereen weten.’ Dan komt Johan. ‘Zo zeker weet ik dat nog niet. Is God werkelijk goed voor mij?
Daar wil ik achter komen.’ Johan kijkt rond, hoe zullen de anderen reageren?
Annet reageert: ‘Ik ben wel verbaasd dat je dat zegt. Ik dacht dat iedereen in de kerk het zeker wist. Ik ben juist blij dat ik God heb leren kennen.’
Marianne knikt: ‘Ik wil graag belijdenis doen. Het lijkt me mooi als we dan ook gedoopt zouden worden, een soort geloofsdoop.’ ‘Waarom?’ reageert Jessica, ‘belijdenis doen is al geweldig. En
ik ben al gedoopt. Toen zei God dat Hij van me hield. Dat hoeft toch niet over?’ Marianne wil reageren, maar de dominee zegt: ‘Dankjewel, we krijgen nog genoeg te bespreken. Volgende keer
verder. Wie wil er die avond openen met gebed?’ Na wat overleg dankt de dominee. Tot volgende week!