Sluiten

Les 15.5 Christenen in de maatschappij

OPDRACHTEN

Bij de lesplaat

Bespreek wat de handen uitbeelden. Bedenk bij elk stel handen voorbeelden van ‘goede daden’ in deze tijd. Zet een kruisje achter de activiteiten die jij doet of die je zou kunnen oppakken. Wat valt je op?

Kennismaken

Kies elk een of meerdere organisaties uit de volgende voorbeelden: Amnesty International – ZOA – Het Rode Kruis – Verre Naasten – Dit Koningskind – Artsen zonder grenzen – Redt een kind – Leprastichting – Canzibe – Stichting de Hoop – Simavi – VBOK. Je kunt aanvullen met eigen voorbeelden. Zoek van de organisaties info op via internet. Wat is hun taak? Is het een christelijke organisatie? Zou je willen bijdragen of willen meehelpen? Leg uit.

Bij de dichtbij-tekst

Lees de tekst op pagina 71. Durf jij in de spiegel te kijken naar jezelf? Wat verwacht je te horen? Lees hierbij Jak. 1: 22-25. Wat ontdek je? Wat heeft Gods wet hier te te maken?

Nadenken over hulp

Vind je het noodzakelijk dat organisaties werken vanuit een christelijke achtergrond? Waarom? Kunnen christenen van harte meewerken in een algemene organisatie? Wanneer wel/niet? Op welke manier zouden christenen het verschil kunnen maken? Zijn er organisaties te bedenken waar een christen niet in mee kan werken? Waarom?

Stellingen

  • Elke christen moet geld geven aan goede-doelen-organisaties
  • Ik wil een stukje tijd van een week geven aan anderen
  • Je kunt niet christen zijn en nooit op bezoek gaan bij je grootouders
  • Christenen zijn meer op zichzelf dan andere mensen
  • Er wordt meer dan genoeg gedaan voor andere mensen
  • Je kunt beter geld geven aan een christelijke organisatie dan aan een algemene
  • Gelukkig zijn er ook niet-gelovigen die goed zijn voor anderen
  • Mensen moeten hun eigen zaakjes regelen en zich niet zo afhankelijk opstellen
  • Als ik niet in Jezus geloofde, was ik meer egoïstisch
  • Ik kan nog veel leren van de barmhartige samaritaan
  • Uiteindelijk gaat het niet om de goede daad, maar om de eer die God krijgt

In het gezin

Vraag aan je ouders welke (christelijke) hulporganisaties ze kennen en aan welke ze bijdragen. Bekijk nieuwsbrieven of de site van die organisaties.

In praktijk

Wil je concreet actief zijn voor andere mensen vanuit je christelijke achtergrond? Omdat je Jezus wilt volgen en net als Hij goed wilt zijn voor mensen om je heen? Bedenk dan een concreet project en plan een avond of een zaterdag om dat uit te voeren. Je kunt contact opnemen met diakenen of met bijv. stichting Present om je diensten aan te bieden. Of je kunt bij een verzorgingshuis vragen of je een wandeling kunt maken met rolstoelgebonden cliënten. Of.. Er zijn mogelijkheden legio. Pak iets op en ontdek dat je er zelf rijker van wordt als je geeft. Vergeet niet voor je  project te bidden en te danken.

Afsluiten blok

Bedenk dat dit de laatste les is van dit blok. Je hebt gepraat over de gemeenschap der heiligen, de plek van jongeren in de kerk en van jezelf, de sfeer van samenleven (liefde en vrede) en je plek in de samenleving. Maken christenen het verschil? Benoem kort de onderwerpen en schrijf ieder per les in een regel op wat voor je belangrijk is. Lees dat aan elkaar voor. Gebruik pagina 72 om te herhalen en maak plannen voor het nieuwe blok.

HANDLEIDING

Over het lesonderwerp

Een les om kennis te maken met goed-doen. Je kunt organisaties gaan ontdekken en/of zelf de handen uit de mouwen steken. Ook kun je samen nadenken: Wanneer is een actie ‘goed’? Hebben christenen toegevoegde waarde? Welke? Kies wat bij jouw groep het beste past als aandachtpunt en bid voor allen die het goede doen voor anderen.

Bij de bijbelstudie

Zowel de twee mini-gelijkenissen als de brief van Johannes laten zien dat het eindpunt niet is om goed te doen, maar om God te eren.

Lesdoel

  • kunnen vertellen welke goede dingen christenen doen of kunnen gaan doen
  • met de bijbelstudie kunnen uitleggen dat christenen een licht en een zout zijn in de wereld
  • weten dat goede dingen als doel hebben God te eren en Hem bekend te maken
  • voorbeelden van christelijke organisaties kunnen noemen en weten waar ze aan moeten voldoen
  • zelf een activiteit doen om anderen te helpen                                                                                                                                                        

De bespreking

Sluit het blok af met de laatste opdracht of doe het met pagina 72. Bespreek ook de sfeer in de groep. Welke doelen heeft iedereen voor het laatste blok van Tekstboek 4? Schrijf ze op, je kunt er later op terug komen.

Bijbel

Je kunt bij deze les Mat. 25: 31-46 gebruiken.

 

Als ik goede dingen doe
– als ik goede dingen leer  doen –
dan word ik een brief.

Een brief aan de mensen van deze wereld.
Dit staat er:
Hier staat een mens als jij,
met net zoveel gebreken en eigenaardigheden,
maar hij leerde van de Goede om goed te doen.
Dank de Heer!

BIJBELSTUDIE Mat. 5: 13-16 en 1 Joh. 3: 16-19

Je leest wat Jezus zegt tegen zijn leerlingen in Matteüs 5.

13Jezus​ zei tegen zijn ​leerlingen: ‘Jullie zijn het zout in deze wereld. Zout heeft een sterke smaak. Maar als het zijn smaak verliest, kun je het niet opnieuw zout maken. Dan is het waardeloos en wordt het weggegooid.
14Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. 15Niemand zet een brandende ​lamp​ onder een emmer. Je zet een ​lamp​ juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. 16Zo moeten ook jullie een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien ze de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren.’

  • Wist je dat zout in sommige culturen een betaalmiddel is/was? Waarom zou het zo waardevol zijn?
  • Wat maakt dat zout waardeloos wordt?
  • Wat wil Jezus zeggen met de mini-gelijkenis in vers 13?
  • In vers 14 – 16 staat de tweede mini-gelijkenis. Wat wordt er over het licht gezegd?
  • Waarom is licht een beeld van de leerlingen van Jezus? Want hij zegt: Jullie zijn het licht van de wereld.
  • Hoe kunnen mensen zout zijn? Of: licht van de wereld?
  • Wat is het doel van het zout zijn of het licht zijn?

Lees nu nog wat Johannes schrijft in zijn eerste brief:

16Jezus​ ​Christus​ heeft ons geleerd wat ​liefde​ is. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Daarom moeten ook wij ons leven geven voor andere gelovigen.
17Stel dat een rijke gelovige ziet dat een andere gelovige arm is. Maar hij heeft geen medelijden met die ander, en helpt hem niet. Dan blijft Gods ​liefde​ niet in hem.
18Vrienden, we moeten anderen laten merken dat we van hen houden. Niet door mooie woorden, maar door daden die Gods waarheid laten zien.
19
Als we in ​liefde​ met elkaar leven, laten we zien dat we bij de waarheid horen. We kunnen dan vol vertrouwen voor God staan.

  • Leg uit wat dit gedeelte te maken heeft met wat Jezus zei tegen zijn leerlingen.
  • Wat laat je zien aan andere mensen als je goede dingen doet?
  • Geef voorbeelden van situaties uit de bijbel of uit je eigen tijd van mensen die echt zout of licht in de wereld zijn.

Informatie over de rol van zout in de samenleving vind je via deze link.