Sluiten

Les 15.2 Een hele organisatie

OPDRACHTEN

NB: In tegenstelling tot andere lessen, moet je de eerste opdrachten wel in deze volgorde doen. Je hebt de info van de eerste opdracht nodig voor volgende opdrachten.

Verkenning van het gemeenteleven

Maak kennis met jullie kerkelijk leven. Je kunt ook zeggen: Wat zie je van de gemeenschap der heiligen in je eigen gemeente? Kies hoe je het wilt doen:
– Bekijk de kerkgids of het jaarboekje of de site van de kerk. Wat gebeurt er? Maak een lijst.
– Kies uit de gids of van de site een organisatie waar je nog nooit van hoorde en zoek uit wat die doet en wie erbij betrokken zijn.
– Verdeel de volgende vragen en zoek daar een antwoord op:
Hoe vaak is er avondmaal en welke regelingen horen erbij? Wie zijn je wijkouderling of wijkdiaken? Hoe kom je aan een attest als je wilt vertrekken? Welke organisaties doen aan bijbelstudie? Wat wordt er geregeld voor senioren, gehandicapten, de jeugd, enz.? Welke reglementen staan in de gids? Wat is VVB en hoe hoog is die? Hoe vaak vergadert de kerkenraad? Wie regelt het kerkblad? Bedenk zelf meer vragen.
Wat is het doel van de verschillende activiteiten?

In de gemeente

Bekijk de activiteiten in de gemeente (zie vorige opdracht). Kies er één uit die je echt vindt passen bij de stijl van het koninkrijk van God en leg uit waarom je die kiest. Kies ook één die je minder belangrijk vindt of die volgens jullie beter kan. Leg uit en bedenk een verbetering.

Doorvertellen

Kies uit de gids of van de site de activiteiten die het goede nieuws over Jezus doorvertellen (a) binnen de gemeente en (b) aan mensen die God nog niet kennen. Wat valt je op?

Bij de dichtbij-tekst

Lees de tekst op pagina 59 en doe de opdracht die daar beschreven staat.

In de praktijk van de gemeente

Nodig iemand uit die een taak heeft binnen de gemeente en vraag hem/haar daarover te vertellen. Vraag of die persoon wil vertellen wat de gang van zaken is, maar ook wat de motieven zijn om dit werk te doen. Hoe kun je met deze taak God dienen? Wat kun je betekenen voor de gemeenschap der heiligen in deze functie? Hoe ervaart deze persoon zijn/haar taak?
Nodig bijvoorbeeld een organist uit, iemand van de Commissie van beheer of iemand van de welkomstcommissie.

Welkom

Stel je voor dat er iemand jullie kerkdienst bezoekt. Wat zou hij of zij moeten weten om het een beetje te kunnen volgen of om te snappen wat er gebeurt? Maak samen een folder om dat te vertellen.
Variant: maak in deelgroepen een infofolder over doop of avondmaal, over de eredienst zelf, over bijbelstudiegroepen of over… Tevreden over de resultaten? Laat het zien aan kerkleden die evangelisatie organiseren of die welkom heten. Mogelijk kan het uitgedeeld worden of op de site geplaatst.

Lied

Luister naar het lied ‘Heer uw licht en uw liefde schijnen’ of zing mee. Waarom past dit lied bij deze les?

Gebed

Je hebt de hele avond gekeken naar alle activiteiten. Vind je dat de Heer van de kerk genoeg eer krijgt? Bedenk samen een gebed om te danken voor alles wat er gebeurt en er zegen over te vragen. Bid dag gebed samen.

HANDLEIDING

Over het lesonderwerp

Veel jongeren hebben geen idee hoe hun gemeente georganiseerd is en wat er zoal aan activiteiten plaats vindt. Gebruik een kerkgids of de website van de kerk als uitgangspunt. Je kunt vier uitgangspunten nemen:
1. Wat is de stand van zaken, wat leer ik van kerkgids en site?
2. Hoe zou het idealiter kunnen zijn en wat zou je kunnen doen om dat ideaalbeeld meer te benaderen?
3. Welke personen of organisatiestructuren zijn voor jou belangrijk en/of waar kun jij een rol spelen?
4. Welke richtlijnen geeft de bijbel voor het gemeenteleven?

Bij de bijbelstudie

In de bijbelstudie bespreek je twee gedeelten waarin duidelijk wordt dat God zich gedetailleerd bezig houdt met het gemeenteleven. Er zijn geen wetten voor nu uit af te leiden, maar wel is dit duidelijk: alles moet in goede orde gebeuren, want God is een god van orde en vrede. Ook is het belangrijk dat wat je doet in dienst staat van de boodschap van God. Daaraan moet wat je zegt afgemeten worden en daarom moet je het elkaar ook gunnen om de ruimte te krijgen om wat te zeggen. Haal die algemene principes uit de bijbelgedeelten en leg ze naast het eigen gemeenteleven.

NB: In tegenstelling tot andere lessen, moet je de eerste opdrachten wel in deze volgorde doen. Je hebt de info van de eerste opdracht nodig voor volgende opdrachten.

Lesdoel

  • een beeld kunnen geven van activiteiten binnen de gemeente
  • kunnen uitleggen wat het doel van die activiteiten is
  • kunnen aangeven hoe je zorgt dat de activiteiten geen doel op zich worden
  • met de bijbelstudie kunnen aangeven dat God zijn volk goed georganiseerd wil hebben en kunnen uitleggen waarom

De bespreking

Een heel praktische les. Je doel is echt dat jongeren aan het eind van de avond een idee hebben van wat er allemaal georganiseerd wordt. Mooi als je daarbij weet uit te dagen te reflecteren op al die activiteiten. Zijn ze geen doel op zich geworden? Is het ook voor buitenstaanders? Is het bedoeld om God te eren of zijn boodschap door te geven?

Belijdenis

Gebruik zondag 21 van de catechismus bij deze les.

 

Als de gelovigen de stenen van het gebouw van de kerk zijn,
dan zijn de activiteiten het cement.

Hoe ziet het cement in jouw gemeente eruit?
Is het samenbindend?
Brengt het eer aan de Heer van hemel en aarde?
Houdt het kerkelijk leven tegen het licht
en dank voor alles wat gebeurt, dankzij de zegen van God.

BIJBELSTUDIE Numeri 10: 11-28 en 33-36; 1 Korintiërs 14: 26-33 en 40.

In deze bijbelstudie kijk je naar een gedeelte uit het Oude en Nieuwe Testament. In beide bijbeldelen vind je richtlijnen voor de organisatie van het samenleven.

Lees eerst Numeri 10. Lange tijd was het volk Israël bij de Sinaï. Het kreeg de wetten van de Here en bouwde de tabernakel.
11-13De Israëlieten vertrokken uit de Sinai-woestijn in het tweede jaar nadat ze uit Egypte weggegaan waren. Dat gebeurde op de twintigste dag van de tweede maand. Want toen ging de wolk die boven de tent met de heilige kist hing, voor het eerst omhoog. De wolk zou pas weer stilstaan in de woestijn van Paran.
De Israëlieten vertrokken in de volgorde die de Heer aan Mozes uitgelegd had.
14Het eerst vertrokken de stammen Juda, Issachar en Zebulon, die hun ​tenten​ bij de vlag van de ​stam Juda​ gezet hadden. […] 17Daarna werd de ​heilige​ ​tent​ afgebroken, en toen vertrokken de nakomelingen van Gerson en Merari. Die ​Levieten​ zorgden voor het vervoer van de ​heilige​ ​tent.
18Daarna vertrokken de ​stammen​ Ruben, Simeon en Gad, die hun ​tenten​ bij de vlag van de ​stam​ Ruben​ gezet hadden. […] 21Daarna vertrokken de nakomelingen van Kehat. Die ​Levieten​ moesten alle ​heilige​ voorwerpen dragen. Voordat zij in het nieuwe kamp aankwamen, moest de ​heilige​ ​tent​ alweer opgebouwd zijn.
22Daarna vertrokken de ​stammen​ Efraïm, Manasse en Benjamin, die hun ​tenten​ bij de vlag van de ​stam​ Efraïm gezet hadden. […]
25Ten slotte vertrokken de ​stammen​ Dan, Aser en Naftali, die hun ​tenten​ bij de vlag van de ​stam​ Dan​ gezet hadden. […]
28Dat was de volgorde waarin de Israëlieten vertrokken. En in die volgorde reisden ze verder.
33Nadat de Israëlieten vertrokken waren van de berg ​Sinai, reisden ze drie dagen verder. De ​heilige​ ​kist​ van de Heer ging voorop. Zo kon de Heer een plaats aanwijzen waar het volk kon rusten. 34Steeds als de Israëlieten verder reisden, hing overdag de wolk van de Heer boven hen.
35Telkens als ze vertrokken met de ​heilige​ ​kist, zei ​Mozes: ‘Val uw vijanden aan, Heer! Laat al uw tegenstanders vluchten.’ 36En telkens als de ​heilige​ ​kist​ stilstond, zei ​Mozes: ‘Kom weer bij uw volk, Heer. Kom weer bij het volk dat niet te tellen is!’

  • Maak een schema van het vertrek van de Sinaï. De stammen vertrekken steeds in groepen van drie en daartussen in reizen Levieten met een taak. Teken de hele stoet, gezien van bovenaf.
  • In vers 28 lees je over de voorgeschreven Wie had die voorgeschreven?
  • Waarom zou de Here zich bemoeien met regelingen over vertrek en aankomst?
  • Op welke manier reist God zelf mee met zijn volk? En hoe geeft Hij de route aan?
  • Wat vind je belangrijk aan de uitspraken van Mozes in vers 35 en 36?

Blader even verder door Numeri. Je ziet dan dat God regels geeft over heel gewone zaken. Zoek minstens drie voorbeelden op.

Lees vervolgens wat Paulus schrijft aan de gemeente in Korinthe (1 Kor. 14).
26Vrienden, wat ik jullie wil zeggen, is dit: Als jullie bij elkaar komen, gebeurt er van alles. Er worden liederen gezongen, en er wordt uitleg gegeven over het geloof. Sommige mensen vertellen over de bijzondere ervaringen die God hun geeft. Anderen spreken in vreemde klanken, en weer anderen leggen uit wat die klanken betekenen. Maar bedenk altijd dat die dingen jullie moeten helpen om elkaars geloof sterker te maken.
27Als je in vreemde klanken spreekt, doe dat dan in een klein groepje van twee of drie personen. Jullie moeten dan één voor één spreken. Bovendien moet er iemand bij zijn die kan uitleggen wat die klanken betekenen. 28Maar als er niemand uitleg kan geven, zwijg dan. Natuurlijk mag je thuis altijd in vreemde klanken spreken. Want dan spreek je alleen tegen God.
29-32Er mogen niet meer dan twee of drie mensen een boodschap van God vertellen. En ze moeten één voor één spreken. Stel dat iemand aan het spreken is, en een ander krijgt op dat moment een boodschap van God. Dan moet de eerste zwijgen.
Mensen die Gods boodschap vertellen, moeten dat doen in woorden die iedereen kan begrijpen. Dan kan iedereen meepraten over de betekenis van de boodschap. En zo kan iedereen ervan leren en nieuwe moed krijgen.
33Onze God wil ​vrede​ en orde. Daarom is er orde bij alle christenen in de hele wereld. En dus moet er ook orde zijn bij jullie in de kerk.
40 Zorg ervoor dat iedereen zich goed gedraagt, en dat er orde is in de kerk.

  • Noem minstens vijf zaken die konden gebeuren tijdens een dienst in Korinthe.
  • Welke regels staan er voor het spreken in klanken?
  • Hoe wordt het spreken geregeld?
  • Wat is het doel van het spreken en wat moet de gemeente kunnen doen?
  • Welke eigenschap van God vind je in dit bijbelgedeelte? En welk gebod?
  • Wat kun je zeggen als je beide bijbelgedeelten met elkaar vergelijkt?
  • Wat betekent dat voor de gemeente vandaag?