Sluiten

Les 14.3 Avondmaal I

OPDRACHTEN

Bij het lesboek

Lees in de linkerkolom van de tekst de vragen onder het kopje ‘antwoord’. Bespreek samen wat je weet over de Pesachviering. Waarom ging het er zo aan toe? En wat betekende het? Zo nodig vind je informatie in Exodus 12: 14-28. Waar zou gist het symbool voor zijn?

Stellingen

  • Het Pesachfeest is een bevrijdingsfeest, het avondmaal niet.
  • Gedenken is vooral iets over vroeger, het past niet bij feestvieren.
  • Je kunt alleen als je blij bent avondmaal vieren.
  • Het avondmaal is vooral een garantiebewijs dat Jezus doet wat Hij belooft.
  • Het avondmaal is vooral een afbeelding van het lijden van Jezus.
  • Van avondmaal wordt je (geloof) sterker.
  • Avondmaal vieren kun je ook best alleen thuis doen.
  • Je kunt niet avondmaal vieren en tegelijk ruzie hebben met je kerkgenoten.

Bij de belijdenis

Het avondmaal is een sacrament. Lees wat daarover in de les staat. Bekijk vervolgens vraag/antwoord 75 van zondag 28 van de catechismus. Is het avondmaal ook teken en zegel? Hoe dan?

Puzzelen

Gebruik het werkblad ‘Avondmaal – bevrijdingsmaaltijd’ om al puzzelend over het avondmaal te praten met elkaar.

Creatief

Maak samen een werkstuk waarin je de elementen van Pesach (bosje hysop, bloed langs deurposten, platte ongegiste broden, een lam) en elementen van het avondmaal (brood en wijn) verwerkt. Zet er eventueel drie of vier (graffiti)woorden bij. Schrijf bij je werkstuk een toelichting en hang het in de hal van de kerk of toon het op de beamer.

In de gemeente

Deze les praat je over het avondmaal zelf, volgende keer over het vieren en het voorbereiden daarop. Bedenk samen minstens 8 vragen om aan een gemeentelid te stellen over het avondmaal. Ga alleen of samen et anderen op bezoek bij iemand en interview hem/haar. De resultaten van jullie gesprekken kun je volgende keer gebruiken.

Onderzoek

Zoek op welke formulieren voor het avondmaal in je gemeente gebruikt worden. Schrijf de tussenkopjes per formulier onder elkaar (in deelgroepjes) en vergelijk de inhoud van de formulieren. Wat valt je op?

Bij de belijdenis

Lees vraag/antwoord 75 van zondag 28 van de catechismus. Wat betekent het? Geef een vertaling in eigen woorden en in eigentijdse taal.

HANDLEIDING

Over het lesonderwerp

Je praat twee keer over het avondmaal. Deze keer vooral over de instelling en over de betekenis. Volgende keer over het vieren van avondmaal. Tip: doe de opdracht ‘in de gemeente’ en laat de jongeren gemeenteleden interviewen over het avondmaal en gebruik de resultaten de volgende keer.

Bij de bijbelstudie

Je bespreekt de instelling van het avondmaal door Jezus zelf. Hij geeft aan brood en wijn, die al aanwezig zijn bij de maaltijd een extra betekenis door het te breken, rond te geven en door de woorden die Hij erbij zegt.

Lesdoel

  • kunnen uitleggen wat het Pascha en het avondmaal met elkaar te maken hebben
  • weten dat het avondmaal teken en zegel van de redding door de dood van Jezus is
  • Met de bijbelstudie kunnen vertellen over de instelling van het avondmaal
  • kunnen aangeven wat samen avondmaal vieren betekent voor de onderlinge verhoudingen

De bespreking

Het gaat deze keer over de leer rond het avondmaal. Maak het persoonlijker door bij de instelling erop te wijzen dat het Jezus zelf is die het verdiende door zijn dood èn dat Hij het is die het instelt. Als het nu weer gebeurt in de kerk, is het alsof Jezus achter de voorganger staat en neem, eet … en drink de beker… zegt.

Bijbel

Teksten bij het avondmaal: Ex. 12; Mat. 26:26-29; Hand. 2:42; 1 Kor. 10:14-22; 1 Kor. 11:17-34

Belijdenis

Lees over het avondmaal in artikel 35 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, in zondag 28 van de catechismus en in de Dordtse leerregels, hoofdstuk III/IV artikel 17.

 

Onderweg heb je proviand nodig.
Jezus nodigt zijn volgelingen onderweg te gaan naar Hem
en geeft zichzelf als brood en wijn.

Neem, eet, drink en denk na:
Ik gaf alles voor jou, om jou te redden.

BIJBELSTUDIE Matteüs 26: 26 – 30

Tijdens het leven van Jezus nam de vijandschap steeds meer toe. Vlak voor zijn gevangenneming viert Jezus nog één keer het Pesachmaal met zijn leerlingen. Lees daarover in Matteüs 26: 26-30.

26Tijdens het eten nam ​Jezus​ een brood. Hij dankte God, ​brak het brood​ in stukken en deelde het uit. Hij zei: ‘Kijk, dit is mijn lichaam. Eet ervan.’
27Daarna nam hij een ​beker​ ​wijn. Hij dankte God en liet de ​beker​ rondgaan. Hij zei: ‘Drink allemaal uit deze ​beker. 28Want dit is mijn bloed. Als ik gedood word, zal mijn bloed vloeien. Maar daardoor zullen veel mensen gered worden, want hun ​zonden​ worden ​vergeven. Dat heeft God beloofd.’
29Jezus​ zei ook: ‘Luister naar mijn woorden: Vanaf nu zal ik geen ​wijn​ meer drinken. Ik zal pas weer ​wijn​ drinken als ik samen met jullie in de nieuwe wereld van mijn Vader ben.’ 30Toen zongen ​Jezus​ en zijn ​leerlingen​ een ​lied​ om God te danken. Daarna gingen ze op weg naar de ​Olijfberg.

  • Op welk tijdstip in het leven van Jezus is deze viering?
  • Waren bij een viering van het Pesach al wijn en brood aanwezig?
  • Wat voor bijzonders/nieuws gebeurt er deze paasmaaltijd?
  • Is deze eerste avondmaalsviering een herdenken of een vooruitwijzen? Leg uit.
  • Leg uit wat Jezus bedoelt met zijn uitspraak uit vers 29.
  • Leg uit wat de volgende trefwoorden te zeggen hebben bij dit bijbelgedeelte: uitnodiging; bevel tot vieren; teken van verbond; offer; verzoening.
  • Welk bevel geeft Jezus aan al zijn volgelingen?
  • Vergelijk het Pesachmaal met het avondmaal. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen? Meer over het Pesachmaal vind je in Exodus 12: 21 – 23.
  • Vergelijk de vertelling van Matteüs met de beschrijving van Paulus in de brief aan Korinthe, 1 Kor. 11: 23-26. Zie je overeenkomsten en verschillen?