Sluiten

Les 13.3 Geloof en bekering

OPDRACHTEN

Bij de belijdenis

Lees vraag/antwoord 21 van zondag 7 van de catechismus. Wat heeft bijbellezen met geloof te maken? Leg dat uit voor ‘weten’ en voor ‘vertrouwen’. Wat krijg je als je gelooft? Hoe weet je dat? En hoe komt het dat je daarop kunt vertrouwen?

Creatief – Beeldend

Het begrip ‘bekering’ is uitgebeeld, zie ‘De B van bekering’. Bespreek de vragen die bij de afbeelding staan en maak eventueel zelf ook een ‘B van bekering’ die aangeeft hoe bekering in jouw leven wel of niet te zien is.

Geloof

Het geloof wordt samengevat in de 12 artikelen. Die ken je(?!). Als jullie zelf een nieuwe geloofsbelijdenis zouden maken, hoe zou die eruit zien? Noem ieder om beurten wat er in ieder geval in moet staan. Schrijf die zinnen op losse papieren en leg ze daarna in volgorde. Vergelijk het met de 12 artikelen. Zie je overeenkomsten/verschillen? Typ jullie belijdenis uit, stuur hem rond. Je kunt ook vragen of je hem in de kerk mag voorlezen.

Stellingen

Kies welke stelling je bespreekt of leg om beurten uit of je het ermee eens bent of niet en waarom.
– Zonder bekering geen geloof.
– Bekering is ontdekken dat je met lege handen staat.
– Geloof is het cadeau van God aannemen en uitpakken.
– Je moet je elke dag bekeren.
– Wie gelooft, twijfelt niet.
– Met bekering ben je nooit klaar.
– Geloof, dat heb je of dat heb je niet.
– Als geloof niet groeit is het dood.

Bij de ‘dichtbij’- leestekst

Lees het verhaal op pagina 19. Wat wordt er aangeduid in het verhaal. Herken je dat bij mensen om je heen? Ben je zelf ook wel eens die man op de grond? Welk advies zou je de man geven?

Lied

Luister naar het lied ‘God u bent mijn God’ van Sela. Het eerste deel is een geloofsbelijdenis, daarna zingt de zanger wat hij gaat doen: ‘Daarom…’. Hoe zou jij dat tweede deel onder woorden brengen, dus: wat doe jij omdat je gelooft?

Lesplaat

Wat wil de tekenaar zeggen met de plaat? Zie je elementen uit de les terug? Leg uit.

Gebed

De heilige Geest wil je het geloof geven. Hij helpt je te vertrouwen op de redding van Jezus. Hij helpt je te bekeren, om foute dingen na te laten en om goede dingen te doen. Bid daarom de heilige Geest of Hij wil helpen en dank God voor het geschenk van geloof en van zijn Geest. Bedenk hoe je dat wilt zeggen. Schrijf elk een of twee regels op. Bid dan het gebed als kringgebed door om beurten voor te lezen wat je opschreef. Spreek af wie begint en afsluit.

Creatief – Project

Bij deze les is een picto gemaakt van de woorden geloof en bekering, zie pag. 19. Maak zelf een alternatieve picto of geef de woorden weer in graffiti-stijl. Hang ze, met uitleg, naast de woorden die je eerder uitbeeldde.

Kerktaalwoorden

Ga verder met je kerktaalwoordenboek, zie opdrachten les 13.1. Schrijf in ieder geval geloof en bekering met uitleg in je boekje.

HANDLEIDING

Over het lesonderwerp:

Twee begrippen: geloof en bekering. Die lijken ‘makkelijker’, maar wat betekenen ze en vooral: wat betekenen ze in jouw leven? Bekering lijkt ver als je opgegroeid bent in het geloof, maar het is wel dagelijkse werkelijkheid. En geloof: wat weet je? Weet je het zeker? En hoe zit dat met vertrouwen? Genoeg om over te praten.

Bij de bijbelstudie

Twee bijbelstudies die lijden tot definitie van de begrippen. Je kunt ook twee groepjes maken. Elk groepje doet een bijbelgedeelte + vragen. Daarna elkaar erover vertellen.

Lesdoel

  • kunnen vertellen wat geloof is
  • kunnen aangeven wat de inhoud van het geloof is
  • weten wat bekering is en wat het in praktijk betekent
  • voor jezelf kunnen aangeven welke rol ‘bekering’ en ‘geloof’ in jouw leven spelen
  • ervaringen delen rond geloven en je omkeren van fouten of met beginnen van goede dingen

 De bespreking

De begrippen geven aanleiding om persoonlijk te worden. Zorg voor een veilige sfeer, dus met respect naar elkaar luisteren, ook als iemand zou zeggen dat hij ‘niet gelooft’. Bid voor elkaar, voor groei in geloof en voor kracht om om te keren als dat nodig is. Dank God dat Hij door zijn Geest helpt om te bekeren en te geloven.

Belijdenis

Lees over de lesstof in zondag 7 van de catechismus en in de Dordtse leerregels DL II art. 5,6,7; DL III/IV art 14,15

Bijbel

Bij deze les kun je gebruiken: Ef. 2:8; 1 Petr. 2:9-10; Hebr. 11 : 8-19

Bekering is

  • je omdraaien op de weg
  • van oorlog naar vrede
  • van graf naar bruiloftsfeest
  • een dode die leeft

En geloof?
Zeker weten
– dat net zoals je weet dat jij er bent en leeft
– God is en blijft en van je houdt.
Dus vast vertrouwen
– dat zijn hand je opvangt
– en naar huis brengt.

BIJBELSTUDIE Lucas 7: 1 – 10 en Lucas 19: 1 – 10

Deze les gaat over geloof en bekering. Dat lijken ‘makkelijker kerktaalwoorden’. Maar wat betekenen ze precies? Lees het verhaal over de Romeinse officier met een groot geloof in Luc. 7: 1 – 10:

71Toen ​Jezus​ dat allemaal tegen de mensen gezegd had, ging hij naar ​Kafarnaüm. 2Daar woonde een Romeinse officier. De officier had een ​slaaf​ van wie hij hield. Maar de ​slaaf​ was heel ​ziek​ en ging bijna dood.
3Toen de officier over ​Jezus​ hoorde, stuurde hij een paar Joodse leiders naar hem toe. Die moesten aan ​Jezus​ vragen of hij de ​slaaf​ beter wilde maken. 4De Joodse leiders gingen naar ​Jezus​ toe en smeekten hem om te komen. Ze zeiden: ‘Deze Romeinse officier verdient uw hulp, 5want hij is goed voor ons volk. Hij heeft zelfs een ​synagoge​ voor ons gebouwd.’
6Jezus​ ging met de Joodse leiders mee naar de officier. Maar toen hij er bijna was, kwamen er een paar vrienden van de officier naar hem toe. Ze moesten van de officier tegen ​Jezus​ zeggen: ‘Heer, u hoeft niet helemaal naar mijn huis te komen, want dat ben ik niet waard. 7Daarom durfde ik ook niet zelf naar u toe te komen. U hoeft alleen maar te zeggen dat mijn ​slaaf​ beter moet worden. Dan zal dat ook gebeuren. 8Want ik moet zelf ook doen wat mijn generaal zegt. En mijn ​soldaten​ moeten doen wat ik zeg. Als ik tegen een ​soldaat​ zeg: ‘Je moet gaan,’ dan gaat hij. En als ik zeg: ‘Je moet komen,’ dan komt hij. En als ik tegen mijn knecht zeg: ‘Doe dit,’ dan doet hij het.’
9Toen ​Jezus​ dat hoorde, was hij verbaasd. Hij zei tegen de mensen die met hem meegingen: ‘Luister naar mijn woorden: Iemand met zo’n groot geloof heb ik in heel Israël nog niet gezien!’ 10En toen de vrienden van de officier terugkwamen, was de ​slaaf​ weer gezond.

  • Hoe kun je zien dat de officier eerbied en respect had voor Jezus?
  • Hoe laat de officier zien dat hij gelooft dat Jezus grote macht heeft?
  • In de catechismus staat een definitie van geloven (zondag 7). Twee woorden zijn belangrijk: weten en vertrouwen. Passen die woorden bij dit verhaal? Leg uit.
  • Lijkt jouw geloof op dat van de officier? Waarom wel/niet?
  • Gebruik de twee woorden weten en vertrouwen ook om iets over je eigen geloof te zeggen.
  • Bedenk een omschrijving voor het begrip ‘geloof’. Je mag dit bijbelverhaal gebruiken, maar natuurlijk ook zondag 7 van de catechismus.

Lees nu Lucas 19: 1 – 10 over de tollenaar die een radicale ommekeer meemaakt in zijn leven. Als dat geen bekering is!

191Toen ging ​Jezus​ de stad ​Jericho​ binnen. 2Daar woonde een man die ​Zacheüs​ heette. ​Zacheüs​ was het hoofd van de ​tollenaars, en hij was erg rijk. 3Hij wilde wel eens zien wie ​Jezus​ was. Maar dat lukte niet, want ​Zacheüs​ was klein, en er stonden veel mensen om ​Jezus​ heen. 4Daarom rende ​Zacheüs​ een stuk vooruit. En hij klom in een boom waar ​Jezus​ voorbij zou komen. Op die manier kon hij ​Jezus​ toch zien.
5Toen ​Jezus​ langs de boom liep, keek hij omhoog en zei: ‘Zacheüs, kom snel naar beneden! Want ik kom bij jou logeren.’ 6Zacheüs​ kwam meteen naar beneden. Hij was blij dat ​Jezus​ met hem mee naar huis ging. 7Maar de mensen klaagden. Ze zeiden: ‘Kijk nou, ​Jezus​ logeert bij een ​dief!’
8Toen zei ​Zacheüs​ tegen de ​Heer: ‘Ik beloof dat ik de helft van mijn bezit aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand afgepakt heb, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’ 9Toen zei ​Jezus: ‘Zacheüs, je hoort weer bij het volk van ​Abraham. Jij en jouw gezin zijn vandaag gered. 10Want ik, de ​Mensenzoon, ben gekomen om mensen te redden die verkeerde dingen doen.’

  • Wat kun je vertellen over het leven van Zacheüs voordat hij Jezus ontmoette?
  • Wat weet je over het leven van Zacheüs daarna?
  • Hoe kwam Zacheüs tot die radicale omkering?
  • Ken je mensen die in hun leven een radicale bekering meemaakten? Wat weet je over hen?
  • Er zijn mensen die de nadruk leggen op hun ‘bekeringsverhaal’ en die vinden dat ieder zoiets moet kunnen vertellen over zichzelf. Wat vind je daarvan?
  • Heb jij in je leven een grote of kleinere omkering meegemaakt? Vertel daarover.
  • Geef een omschrijving van het woord ‘bekering’.