Sluiten

Les 3.5 God maakt alles nieuw

OPDRACHTEN

Bij de bijbel

Maak een kopie van Mat. 24:29-44 en laat de jongeren met verschillende kleuren de antwoorden op de vragen onderstrepen. Wanneer komt Jezus terug? (blauw) Wie weet op welk moment dat gaat gebeuren? (groen) Wat zijn de mensen aan het doen als Jezus terugkomt? (geel) Wat gebeurt er met het heelal bij zijn komst? (rood) Wie zullen de komst van Jezus allemaal zien of horen? (oranje) Maakt komst van Jezus de mensen blij of moeten ze er bang voor zijn?
Hoe kijk je zelf uit naar zijn komst? Bespreek hoe iedereen dat ervaart.

Gebed

In Openbaring staat aan het eind: 20Jezus ​Christus​ heeft de plannen van God bekendgemaakt. Hij zegt: ‘Ik zal snel komen!’ Ja, kom, ​Heer​ Jezus! (Openb. 22:20). De regel ‘Ja, kom, Heer Jezus!’ is een gebedsregel. Bedenk samen een gebed om te vragen om de wederkomst. Vertel daarin waarom het nodig is, wat je verwacht en benoem je verlangen. Bid het gebed samen.

Lied

Luister naar het lied ‘Maranatha’ van Sela en lees de songtekst. Wat spreekt je aan in dit lied? Waarom?

Toekomstverkenning

Deel kaartjes uit met daarop geschreven ‘Gaaf!’. Iedereen krijgt drie kaartjes en schrijft op elk kaartje iets wat hij heel mooi vindt, waar hij naar verlangt, wat hij ervaart als volmaakt. Leg de kaartjes op een stapel. Om beurten pak je er een. Je leest hem voor en legt hem dan op één van de twee aflegstapels. De ene stapel is voor kaartjes waar iets op staat dat bij deze wereld hoort en wat hier mooi is. De andere stapel is voor dingen die passen bij de eeuwigheid. Hoe groot zijn beide stapels? Als één van beide veel kleiner is, hoe komt dat? Bedenk voor die stapel nog zes nieuwe kaartjes.

De verandering

In de reclame wordt gebruikt gemaakt van foto’s ‘voor’ en ‘na’ een gebeurtenis. Teken op een papier twee kolommen waarin je trefwoorden schrijft die passen bij de situatie ‘voor’ de wederkomst (dus de tijd waarin je nu leeft) en ion de andere woorden die passen bij ‘na’ de wederkomst.

Praktijk

Je leest de beschrijving van mensen. Bedenk bij ieder persoon waarom hij/zij wel of niet naar de wederkomst zou verlangen. 1. Een zieke. 2. Iemand die net een diploma heeft gehaald. 3. Iemand die gepest wordt. 4. Iemand die zich kwaad maakt over onrecht. 5. Een miljonair. 6. Iemand die bekeren nog maar even uitstelt. 7. Iemand die probeert goed te leven. 8. Een dominee. 9. Iemand die bijna op vakantie gaat. 10. Jijzelf.
Klaar? Kijk dan eens of je antwoorden misschien veel gingen over dat mensen het goed gaan krijgen. Heb je er ook aangedacht dat het voor God fijn zal zijn als alle zonde en dood verdwenen is en iedereen van Hem houdt? Vind je dat belangrijk?

Creatief – Bij het tekstboek

In blok drie heb je gezien dat God koning is. Hij vecht tegen het kwaad en het lijden. Hij gaat alles nieuw maken. Maak een poster waarop je dat laat zien. Bovenaan teken je een koningskroon. Links teken/plak je een paradijselijke wereld, toen alles mooi was. In het midden gebruik je krantenfoto’s en –koppen van deze tijd en rechts teken/plak je dingen die met de toekomst te maken hebben. Hang je werkstuk in de kerk.

Beeld

Typ in google het woord ‘wederkomst’ en klik dan op afbeeldingen. Bekijk wat anderen bedacht hebben bij dit woord en wat ze ermee willen zeggen.

HANDLEIDING

Over het lesonderwerp

Belangrijk dat jongeren leren verlangen naar de mooie toekomst die God gaat geven. Hij maakt alles nieuw! Net zo belangrijk om te ontdekken dat dat niet alleen toekomstmuziek is. De vernieuwing begint al bij jezelf als je leert leven in liefde en vergeving. Als je het goede leert doen.
Zet de les in de lijn van het blok: God is koning, Hij vecht tegen het kwaad en maakt er een einde aan.

Bij de bijbelstudie

Leg uit dat de toekomstvoorspelling van Jesaja gegeven is, al voor het volk in ballingschap naar Babel ging. Toen al vertelde God over zijn rijk van vrede, waar alle vijandschap verdwenen is. Je eindigt met het lezen van een stukje uit Openbaring.

Lesdoel

  • kunnen vertellen over de toekomst die God ons belooft.
  • met de bijbelstudie kunnen vertellen over het vrederijk van God
  • weten welke verschillen er zijn tussen de huidige wereld en de toekomst
  • kunnen aangeven dat het God zelf is die deze toekomst mogelijk maakt
  • samen bidden om de wederkomst

De bespreking

Deze les vraagt erom dingen concreet te maken. Er is nu zoveel niet in orde. Je kunt dat ook zichtbaar maken met krantenknipsels, de inhoud van een journaal en dergelijke. Benoem dat al dat foute in de eerste plaats beledigend en verdrietig voor God is. Hij maakte alles goed immers. Vraag Hem het weer goed te maken en leer samen verlangen naar die dag.
Kijk terug naar de lijn van het blok en gebruik pagina 72 om te herhalen en plannen te maken voor het volgende blok.

Bijbel

Gebruik bij deze les: Gen. 2:8-25, 2 Kor. 5:17, 2 Petr. 3:10-13, Op. 21:1-8, Op. 21:9-22:5

Belijdenis

Je kunt artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en zondag 19 en 22 van de catechismus gebruiken.

 

 

Over de toekomst:
je kijkt je ogen uit
je weet niet wat je hoort
alles volmaakt
vrede met God
wie zou daar niet naar verlangen?

Maranatha! Kom, Heer Jezus.

BIJBELSTUDIE Jesaja 11: 1-10 en Openbaring 21: 1-4

Lees wat de profeet Jesaja vertelt over de toekomst.

1Zoals uit een oude, omgehakte boom
een kleine, nieuwe tak kan groeien,
zo zal uit de oude ​familie​ van ​David
een nieuwe ​koning​ komen.
2-3De geest van God zal in hem zijn.
Die koning zal wijs zijn en verstandig,
hij zal sterk zijn en machtig.
Hij weet wat God van hem wil
en hij heeft eerbied voor de Heer.
Die koning is een goede rechter.
Hij luistert goed naar iedereen
voordat hij een oordeel geeft.
4Hij oordeelt eerlijk over zwakke mensen,
en arme mensen behandelt hij goed.
Die ​koning​ straft mensen streng voor hun fouten,
met zijn woorden doodt hij mensen die kwaad doen.
5Die ​koning​ is altijd ​rechtvaardig,
hij is eerlijk en trouw.
6Als die ​koning​ komt, zal er ​vrede​ zijn.
Een wolf speelt met een lammetje,
en een panter ligt naast een bokje.
Een kalf eet samen met een leeuw,
en een klein ​kind​ past op beide dieren.
7Een koe en een beer lopen in één wei,
en hun jongen liggen bij elkaar.
Een leeuw eet gras,
net als een koe.
8En een ​kind​ speelt zonder angst
bij het nest van een gevaarlijke slang.
9Als die ​koning​ komt, doet niemand meer kwaad.
Geen mens doet kwaad op de ​heilige​ berg​ van de Heer.
Want de aarde is vol met mensen die de Heer kennen,
zoals de zee overal gevuld is met water.
10De nieuwe ​koning​ zal een voorbeeld zijn.
Alle volken zullen naar hem toe gaan,
iedereen zal bij hem komen.
De stad waar hij woont, zal schitterend zijn.

  • In welke bijbelboek verwacht je de meeste informatie over de nieuwe wereld van God?
  • De tekst die je las komt uit Jesaja. Is dat oude of nieuwe testament? Was Jezus toen al geboren?
  • Over welke nieuwe koning gaat het hier?
  • Waarmee wordt de oude wereld vergeleken? En de koning?
  • Schrijf op welke dingen er over de nieuwe koning gezegd worden in vers 2-5. Tel om hoeveel dingen het gaat.
  • Tel nu hoeveel dingen er gezegd worden over de nieuwe wereld van God. Zet die dingen onder elkaar en zet erachter hoe het nu gaat. Zo kun je zien wat er allemaal nieuw wordt.

Lees tenslotte wat Johannes verteld over de nieuwe wereld van God in Openbaring 21: 1-4.

1Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De hemel en de aarde van vroeger waren verdwenen, en ook de zee was er niet meer.
2Ik zag uit de hemel een ​heilige​ stad naar beneden komen, het nieuwe ​Jeruzalem. Die stad kwam bij God vandaan. Ze leek op een bruid die zich mooi gemaakt heeft voor haar bruidegom.
3Uit de richting van de troon hoorde ik een luide stem, die zei: ‘Nu is God zelf op aarde. Vanaf nu zal hij bij de mensen wonen. De mensen zullen zijn volk zijn, en hij zal hun God zijn. 4Hij zal al hun tranen drogen. Niemand zal meer sterven, en er zal geen verdriet en geen pijn meer zijn. Want alles van vroeger is verdwenen.’