Sluiten

Les 3.4 God strijdt tegen het kwaad

OPDRACHTEN

Tijdbalk van de geschiedenis

Maak een tijdbalk en geef de periodes waarin dit geldt:
De duivel krijgt macht over mensen – De duivel mag in de hemel komen en iemand aanklagen –
De schuld van mensen wordt voldaan – De duivel mag niet meer in de hemel komen – De duivel verleidt mensen – De duivel wordt definitief uitgeschakeld.
Zet een kruisje op de plek van vandaag. Kijk terug vanaf dit punt: Wat valt je op? Kijk ook vooruit in de tijd: Wat mag je verwachten? Wat zou je hierover aan God willen zeggen in een gebed?

Bij de les en de bijbel

Lees wat er staat in Mat. 25: 31-46 en wat de les zegt over ‘links’ en ‘rechts’, over de bokken en de schapen. Wat hebben de beide groepen gedaan of nagelaten? Wanneer? En tegenover wie? Hoe loopt het met ze af? Kun je voorbeelden bedenken van ‘schapen’ en ‘bokken’?

Stellingen

  • Het is maar goed dat we een rechtvaardige koning hebben.
  • Je kijkt anders naar het journaal als je aan God denkt.
  • Sommige mensen moeten bang zijn dat God koning is.
  • Ik word er bang van als ik bedenk wat er gaat gebeuren.
  • Zonder Jezus moest ik bang zijn voor de koning van hemel en aarde.
  • Gelukkig heeft God de duivel nog niet gelijk gestraft in Genesis.
  • Als ik de duivel was, zou ik doodsbenauwd zijn.
  • Als God opkomt voor zwakken, moet ik het ook doen.

Bij de dichtbij-tekst

Lees de tekst op pagina 67. Vind je het een herkenbaar verhaal? Heb je zelf wel eens dat je twijfelt wat je moet doen? Wanneer? Welke tip zou je willen geven aan Paul?

Lied

Luister naar het lied ‘Maak ons hart onrustig Heer’ van Mattijn Buwalda en lees de songtekst. Leg uit waarom het bij de les past.
Ga naar de site van schrijvers  voor gerechtigheid. Bekijk wat die organisatie doet en luister een paar liedjes. Misschien leuk om een lied aan te leren of de muziek te downloaden?

Creatief

Maak een drieluik met drie deelgroepen. De ene groep maakt een poster van schepping – zondeval. De tweede groep over het leven van Jezus. De derde groep over de tijd van nu en de toekomst. Gemeenschappelijk thema is ‘God is koning’.

Gebed

Bespreek wat je tegen God wilt zeggen. Hij is koning van hemel en aarde en Hij regeert. Wat zou je graag willen dat Hij rechtzet? Voor wie moet Hij opkomen? Wat wil je vragen en waarover wil je danken? Bespreek dat, bedenk samen een gebed en bid het.

Bij de verdieping-tekst en in praktijk

Lees de tekst op pagina 66 en zoek info op over Amnesty International. Doe mee aan de schrijfactie en stuur post naar mensen die onrecht lijden.

HANDLEIDING

Over het lesonderwerp

De les staat in het blok over God als koning. Benader het onderwerp van die kant, de grote koning van hemel en aarde laat zijn werk niet kapot gaan aan zonde, ongehoorzaamheid en dood. Hij stelt orde op zaken. Eerst door redding te geven door Jezus en dan door bij de wederkomst alles recht te zetten.

Bij de bijbelstudie

Mogelijk niet erg bekende bijbelstof. Leg het uit en vertel erover. Het wordt realiteit!

Lesdoel

– Kunnen vertellen wat het oordeel is over de duivel aan de hand van Op. 20.
– Kunnen uitleggen wat het laatste oordeel inhoudt voor de mensen met Mat. 25.
– Weten dat niemand neutraal kan blijven tegenover God.
– Weten dat God Overwinnaar is en kunnen uitleggen wat dat voor je betekent.
– Kunnen uitleggen dat gelovigen blij mogen zijn dat God alle kwaad wegdoet.

De bespreking

Verschillende aspecten bij dit onderwerp: Dat God heerst en recht spreekt, dat onrecht nooit blijvend is en dat je zelf kiezen moet in praktijk. Breng jij de regels van de koning in praktijk en leef je in liefde en recht? Hoe zou je dat kunnen doen?

Bijbel

Gebruik Ps. 73, Ps. 104:35, Mat. 25:31-46, Op. 20:7-15

Belijdenis

Bij deze les kun je artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en zondag 52 van de catechismus gebruiken.

 

Heer,

U pakt het onrecht aan,
u laat dood en zonde verdwijnen,
dat geloof ik!

Wilt u me daarom helpen
om goed te leven,
eerlijk en vol liefde voor anderen.

 

BIJBELSTUDIE Openbaring 20: 10 – 15

Je leest wat Johannes ziet over het eind van de tijd, als God afrekening houdt. De duivel wordt gestraft. God maakt een eind aan zonde en dood, want Hij is koning van hemel en aarde.

10Dan zal de ​duivel​ die hen verleidde, in de zee van vuur en giftig gas gegooid worden. En daar zal hij samen met het beest en de valse ​profeet​ voor eeuwig lijden.
11Daarna zag ik een grote witte troon, en op die troon zat God. De aarde en de hemel vluchtten voor hem weg. Ze verdwenen voor altijd.
12-13Voor de troon van God stonden alle mensen die gestorven waren, belangrijke en onbelangrijke mensen. Ze waren teruggehaald uit het land van de dood. Ook de zee had de mensen teruggegeven die verdronken waren.
Er werden boeken opengedaan waarin de goede en slechte daden van mensen opgeschreven stonden. En alle doden werden beoordeeld op hun daden.
Ook het boek van het leven werd geopend. 14-15Iedereen die niet met zijn naam in dat boek stond, werd in de zee van vuur gegooid. Die vuurzee wordt ‘de tweede dood’ genoemd. Ook de dood en het land van de dood verdwenen daarin.

  • Wat wordt er bedoeld met de duivel die verleidt? Kun je voorbeelden noemen uit de tijd van de bijbel en van nu?
  • Welke straf krijgt de duivel? Lees wat God daarover al zei in Genesis 3: 14.
  • Hoe kun je in dit bijbelgedeelte zien dat God koning is?
  • Wie moeten voor de troon komen en waar komen ze vandaan?
  • Noem minstens 20 namen van mensen die daar komen te staan uit heel verschillende tijden.
  • Wat betekent: ‘En alle doden werden beoordeeld op hun daden’?
  • Wat zou er staan in het boek van het leven?
  • Wat is ‘de tweede dood’?
  • Zoek de zeven brieven op die Johannes namens Jezus moest sturen aan de gemeenten (Openbaring 2 en 3). Lees van elke brief de laatste verzen (onderling verdelen). Wat lees je daar over de beloften voor gelovigen?
  • Welke toekomst zie je zelf voor je aan het eind van de tijd?